Dierengedrag onderzoeken

In dit proefje ga je dierengedrag onderzoeken met je eigen keuzekamer. Door dieren te laten kiezen tussen twee opties kan je ontdekken waar ze zich het meest op hun plek voelen. Een keuzekamer maken is een manier om te onderzoeken waar een dier het liefste is. Door het dier steeds twee verschillende keuzes te geven kan je onderzoeken wat hij prettig vindt en zo bepalen wat zijn natuurlijke omgeving (of habitat) nodig heeft.

Voor dit proefje moet je als voorbereiding eerst naar buiten om een aantal pissebedden te zoeken. Deze zijn gelukkig makkelijk te vinden omdat ze vaak onder stenen of stukken hout rond het huis wonen.

Nodig:dierengedrag onderzoeken

  • 5 tot 10 pissebedden
  • pot om ze in te bewaren
  • 2 petri-schaaltjes met deksel
  • filterpapier (koffiefilter werkt goed)
  • donker papier
  • zwarte peper
  • een pen
  • een schaar

Stappen:

Voor elk proefje is het belangrijk dat je vooraf besluit wat je gaat onderzoeken. In dit experiment ga je onderzoeken of pissebedden een voorkeur hebben voor vochtige of droge plekjes en of ze een voorkeu hebben voor lichte of donkere plekken. Door deze twee vragen te stellen kan je het dierengedrag onderzoeken dat pissebedden laten zien als ze moeten kiezen.

Vul je pot eerst met wat grond en droge bladeren. Zorg trouwens dat je een beetje diepe pot hebt omdat pissebedden goed kunnen klimmen en je niet wilt dat je ze steeds weer moet gaan zoeken. De pot et grond en bladeren zorgt dat je een plekje hebt om ze te bewaren als je niet bezig bent met het onderzoek. Door wat bladeren en grond in de pot te doen voelen ze zich beter en hebben ze minder last van het onderzoek.

Zet nu je schaaltje op het filterpapier en volg de rand met je pen. Je kan het rondje filterpapier nu uitknippen en dubbelvouwen. Maak het daarna nat en doe het in je schaaltje. Je hebt nu een helft met een vochtige ondergrond en een helft met een droge ondergrond.

Doe nu een paar pissebedden in het schaaltje en doe de deksel er weer op. De pissebedden hebben ongeveer 5 minuten nodig om te wennen aan hun nieuwe omgeving. Na die 5 minuten kan je zien of de pissebedden een voorkeur hebben voor een bepaalde ondergrond. Doe de pissebedden na dit eerste experiment weer terug in de pot.

Je kan met de deksel en je pen nu een cirkel tekenen op het donkere papier. Knip dit ook uit en vouw het tot een halve cirkel. Controleer hierna of je filterpapier nog vochtig is. Als dat het geval is kan je het vorige experiment herhalen, maar leg je nu het donkere papier op de deksel. Hierdoor verdeel je de omgeving eigenlijk in 4 stukken. 1 deel is vochtig en licht, een deel is vochtig en donker, een deel is droog en licht en een deel is droog en donker. Als je de pissebedden nu weer in het schaaltje doet kan je onderzoeken welk van de vier plekken ze het prettigst vinden.

Je kan het experiment ook met andere diertjes doen. Als je klaar bent is het belangrijk dat je ze weer netjes erug zet in de tuin waar je ze gevonden hebt.

Vragen:

  1. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het eerste proefje?
  2. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het tweede proefje?
  3. Had je dat zelf ook gedacht?
  4. Met wat voor soort dieren kan je di proefje ook doen?
  5. Waar denk je dat die beestjes het liefst zitten?

Meer weten?

Over de hele wereld zijn er veel mensen die dierengedrag onderzoeken, dat onderzoek noemen ze ethologie. Een van de bekendste onderzoekers is Jane Goodall die al heel lang onderzoek doet naar chimpansees. Ze weet er dan ook heel veel van. Er staat een leuk interview met haar op de Nemo kennislink. Als je geen dierengedrag wil onderzoeken, maar wel wil weten hoe je zelf inelkaar zit, dan kan je misschien je eigen DNA onderzoeken.