IJsjes voor de wetenschap

IJsjes eten en het wetenschap noemen, wie wil dat nu niet? In dit proefje leer ga je aan de slag met ijsjes voor de wetenschap. Dus, pak je sjaal en handschoenen want dit gaat koud worden!

Nodig:ijsjes voor de wetenschap

  • 1 klein hersluitbaar diepvrieszakje (ongeveer 1 liter)
  • 1 groot diepvrieszakje (ongeveer 3 liter)
  • 100 ml melk
  • 100 ml slagroom (vloeibaar)
  • 20 druppels vanille essence of vanille extract
  • 50 gram suiker
  • 150 gram keukenzout
  • 300 gram ijsblokjes
  • 1 thermometer

Stappen:

Doe de suiker, melk, slagroom en vanille in het kleine diepvrieszakje. Zorg dat de sluiting goed dichtzit. Je hoeft de lucht er niet uit te duwen, je hebt straks namelijk nog ruimte nodig in het zakje.

Vul nu de grote diepvrieszak met ijsblokjes. Je kunt ijsblokjes gebruiken maar ook crushed ijs werkt prima als je ijsjes voor de wetenschap wil maken. Heb je geen ijsblokjes in de vriezer? Je kunt bij sommige supermarkten ook ijsblokjes kopen uit het vriesvak!

Meet nu met de thermometer de temperatuur van het ijs in de zak. Doe nu 150 gram keukenzout bij het ijs in de grote zak. Doe het kleine diepvrieszakje in de grote zak en doe de grote nu ook dicht.

Schud de zak rustig heen en weer. Dat gaat het makkelijkste door de grote zak aan de bovenkant te pakken en heen en weer te wiegen. Let wel op dat je handschoenen (nee echt) draagt of een doek gebruikt om de zak vast te houden. De zak wordt namelijk zo koud dat je er behoorlijk pijnlijke vingers van kan krijgen.

Wieg de zak ongeveer 10 of 15 minuten heen en weer. Als je dit proefje samen doet, zorg dan dat je om de beurt de zak heen en weer wiegt, dan worden je armen niet zo moe. Het maken van ijsjes voor de wetenschap vraagt natuurlijk wel wat inzet.

Zet na ongeveer 15 minuten de zak neer en maak hem open. Meet met de thermometer de temperatuur in de zak.

Je kunt de kleine diepvrieszak nu uit de grote zak halen en open maken. Ga opzoek naar een bakje en een lepel en eet smakelijk!

Vragen:

  1. Wat is de temperatuur van het ijs bij de eerste meting?
  2. Wat is de temperatuur van het ijs bij de tweede meting?
  3. Hoe komt dat verschil?

Meer weten?

IJs heeft energie nodig om te smelten. Als je ijs smelt haalt het die energie uit de omgeving. In het proefje hierboven haalt het de energie uit de ingredi├źnten in het kleine diepvrieszakje. Doordat er zout bij de ijsblokjes zit, wordt het vriespunt van het ijs lager. Het ijs heeft dan dus nog meer energie nodig om te smelten. Dit makt het ijs dus nog kouder dan dat het eerst was. Dat is waarom je ook ijs krijgt in het kleine zakje.

Je kunt het proefje nog een keer doen met ander zout. Probeer het eens met grotere zoutkristallen. Grotere kristallen lossen namelijk langzamer op in het water en hierdoor kan je langer en gelijkmatiger koelen.

Bij Willem Wever hebben ze wel eens gekeken hoe water eigenlijk bevriest. Je kunt hier lezen hoe dat kan. Wil je na het maken van ijsjes voor de wetenschap nog meer lekkere proefjes doen? Misschien is het dan een idee om zelf suikerkristallen te maken.