Windrichting meten

In Nederland waait het bijna altijd. Maar waar komt de wind vandaan? In dit proefje doe je onderzoek naar de wind en leer je de windrichting meten. Je maakt zelf een windvaan om te onderzoeken uit welke richting de wind waait.

Nodig: windrichting meten

  • papieren of plastic koffiebeker met deksel
  • zand of grind
  • scherp geslepen potlood met gum
  • drinkrietje (recht, niet gebogen)
  • speld
  • 2 stuks dik A4 papier of karton
  • dikke stift
  • liniaal
  • schaar
  • kneedgom of klei
  • lijm
  • kompas

Stappen:

Begin bij het begin. Doe de deksel op je bakje en zet hem ondersteboven op een vel karton. Volg met de stift de rand van de deksel, zodat je midden op het vel een cirkel hebt. Teken er een tweede cirkel omheen. Zorg dat de afstand tussen de twee cirkels ongeveer 5 centimeter is.

Pak de liniaal en verdeel de cirkel in gelijke delen, door de diameter te tekenen. Deel beide halve cirkels ook weer in tweeën, zodat je vier kwarten hebt. Je kan hierna de verschillende windrichtingen in de vakken opschrijven. Begin bovenaan met Noord en ga vervolgens met de klok mee: Oost, Zuid en West.

Haal nu de deksel van het bakje en duw een klont kneedgom op de bodem vast. Vul daarna de rest met kiezels of zand en doe de deksel er weer op. Als je bang bent dat hij toch opengaat, kan je de deksel met wat tape vastmaken.

Smeer de bovenkant van de deksel in met lijm en plak hem op je papier. Zorg dat je hem mooi in het midden van de cirkel plakt. Pak nu het potlood en zet het met de scherpe kant in het midden van de bodem van de beker en duw hem erdoor. De punt zit dan vast in de klei en het andere eind steekt recht omhoog.

Knip nu uit het andere vel karton een vierkant en een driehoek. Zorg dat ze allebei ongeveer 7 centimeter in doorsnee zijn. Knip nu ook een inkeping in het rietje. Schuif de driehoek aan een kant van het rietje en het vierkant aan de andere kan zodat je een pijl krijgt.  Je kan een druppeltje lijm gebruiken om ze vast te zetten.

Prik de speld nu door het midden van het rietje en prik hem vast op het gummetje van het potlood. Als je nu tegen de zijkant van de pijl blaast, zou hij vrij moeten bewegen.

Neem je windvaan nu mee naar buiten. Zet hem ergens neer waar hij mooi in de wind staat. Kijk op je kompas (of het kompas op je telefoon) om te bepalen wat noord, oost, zuid en west is. Zorg dat de windrichtingen onder je windvaan in de juiste richting staan.

Als het nu begint te waaien, kan je precies zien waar de wind vandaan komt en de windrichting meten.

Vragen:

  1. Uit welke richting komt de wind?
  2. Meet de windrichting een week lang, komt de wind altijd uit dezelfde richting?
  3. Uit welke richting waait het vaak?

Meer weten?

Je kan niet alleen de windrichting meten, maar in Nederland wordt met wind ook energie opgewekt. Om van wind energie te maken heb je geen windvaan nodig, maar een windmolen. Als je wil leren hoe zo’n grote windmolen in elkaar zit, is dit filmpje van Willem Wever leuk om te kijken. Wil je liever kijken naar de wind en zien wat we in Nederland doen om de wind en de zee een beetje in bedwang te houden? Ga dan een keertje naar Neeltje Jans. Daar kunnen ze je meer vertellen over storm en zee.