Categorie: Biologie

  • Wat absorbeert meer hitte?

    Wat absorbeert meer hitte?

    Als je in de zomer buiten in de zon speelt is het fijn als je witte of licht gekleurde kleding draagt. Maar waarom is dat eigenlijk? In dit proefje ga je experimenteren met licht, kleur, warmte en wat water om uit te zoeken wat meer hitte absorbeert.

    Nodig:

    absorbeert hitte
    • 2 dezelfde glazen of potjes
    • maatbeker
    • water
    • thermometer
    • 2 elastiekjes of plakband
    • een vel wit papier
    • een vel zwart papier

    Stappen:

    Zet de twee potjes voor je neer. Het eerste potje pak je aan de zijkanten in met het vel witte papier. Zorg dat je het goed vastmaakt met een elastiekje en of met het plakband. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je ook de bovenkant afdekt. Je moet straks nog wel water in het potje kunnen doen.

    Pak nu het andere glas en doe er het zwarte papier omheen. Ook dit maak je weer vast met het elastiekje of het plakband. Controleer dat het papier op dezelfde manier om beide potjes heen zit. Je kan niet goed meten welk potje beter hitte absorbeert als de potjes verschillend zijn ingepakt?

    Vul de maatbeker met wat water en schenk dit in het potje met het witte papier. Vul de maatbeker nu met exact dezelfde hoeveelheid water en vul nu het potje met het zwarte papier. 

    Zet de potjes nu samen in een plekje in de zon. Je kan ze daar een paar uur laten staan. Als je na een paar uur terugkomt, kan je de temperatuur opnemen. Zet de thermometer eerst in het witte potje en lees de temperatuur af. Ga daarna naar het potje met het zwarte papier en meet ook daar de temperatuur.

    Vragen:

    1. In welk potje is het water warmer?
    2. Hoe komt dat?

    Meer weten?

    Verschillende kleuren absorberen hitte en licht op andere manieren. Hoe donkerder de kleur hoe meer hitte een kleur absorbeert. Daarom meet je ook een verschil tussen de twee potjes. Als het goed is gegaan heb je gemeten dat het water in het potje met het zwarte papier warmer is dan het potje met wit papier. Als het in de zomer warm en zonnig is, zie je ook meer mensen die lichtere kleding dragen, ze blijven daardoor lekker koel.

    De supertechnische uitleg kan je hier vinden op Wikipedia. Je kan ook andere proefjes doen met warmte, zoals een zonneoven maken. 

  • Kan je mieren afschrikken?

    Kan je mieren afschrikken?

    Heb je weleens last gehad van mieren tijdens een picknick? Je kan dat oplossen met een spuitbus, maar de vraag is of je dat wil doen terwijl er allemaal lekker eten klaar staat. In dit proefje doe je onderzoek naar manieren die mieren afschrikken op een vriendelijke manier.

    Nodig:kan je mieren afschrikken?

    • een plek buiten waar voldoende mieren zitten
    • groot wit tafelkleed (van vinyl, plastic of papier)
    • dikke stift
    • 10 flessendoppen
    • wattenstaafjes
    • minimaal drie vloeistof/oplossingen:
      • water
      • suikerwater
      • citroensap
      • azijn
      • afwasmiddel
      • tabasco
      • een andere vloeistof?

    Stappen:

    Als je een proefje wil doen met mieren is het handig als je een plek zoekt waar veel mieren zitten. Meestal kan je in het park of het bos wel een mooie mierenhoop vinden. Als je zo’n plek gevonden hebt leg je het tafelkleed op de grond en wacht je af tot er wat mieren op het kleed lopen. Als dat lang duurt, kan je ook een stukje fruit naast het kleed leggen en wachten tot de mieren er overheen krioelen. Pak het dan op en schud de mieren er boven het kleed af.

    Als je groepjes mieren hebt, kan je met de dikke stift een flinke cirkel op het kleed tekenen. Elke cirkel is een vloeistof (of oplossing) die je gaat testen. Schijf naast de cirkel welke oplossing je test.

    Giet vervolgens een klein beetje van de oplossing in een flessendop. Doop hier het wattenstaafje in en zoek in de cirkel naar een mier. Teken vervolgens een cirkel van ongeveer 2,5 centimeter (ongeveer een 2 euromunt) om de mier heen. Kijk of de mier binnen de cirkel blijft of er uit stapt.

    Let op dat je de cirkel niet te nat maakt. Als de cirkel te nat is kan de mier er misschien niet uit omdat de mier niet durft over te steken en niet omdat de oplossing zelf hem afschrikt.

    Teken met je oplossing een cirkel om ongeveer 20 mieren. Kijk goed of de mieren afschrikken van de oplossing of dat ze deze negeren en de cirkel uit lopen. Je kan bijhouden hoeveel mieren en blijven zitten en hoeveel er ontsnappen in een schema. Let ook op of mieren niet in de oplossing blijven staan.

     

    Oplossing Gevangen mieren Ontsnapte mieren Wat zie ik?
    Water  

     

    Citroensap  

     

    Azijn  

     

    Enz.  

     

    Vul nu een andere flessendop met een andere oplossing. Je begint nu op een andere plek op je kleed opnieuw. Ook nu test je weer 20 mieren door er cirkels omheen te trekken met een wattenstaafje en de oplossing. Ook nu kan je weer bijhouden hoeveel mieren afschikken en hoeveel er ontsnappen. Je herhaalt het proefje voor elke vloeistof die je wil testen.

    Vragen:

    1. Welke oplossing hield de meeste mieren gevangen?
    2. Welke oplossing had de meeste ontsnapte mieren?
    3. Waren er ook oplossingen waar de mier in bleef staan zonder dat hij gevangen leek?
    4. Zo ja, waarom denk je dat dit komt?

    Meer weten?

    Alle dieren kunnen chemische signalen in hun omgeving waarnemen. Sommige gebruiken zelfs chemische signalen om te communiceren. Een van de dieren waarvan het bekend is dat ze chemische signalen gebruiken om met elkaar te ‘praten’ zijn mieren. Als je een hele colonne van mieren ziet dan lopen ze achter elkaar aan doordat ze een onzichtbaar chemisch pad van feromonen volgen. Dit zijn voor de mier positieve chemische signalen. Je hebt ook negatieve signalen. Die vertellen de mier om weg te blijven.

    De oplossing die de meeste mieren gevangen houdt is de stof die het best is in mieren afschrikken. De mieren durven namelijk niet over te steken en blijven daardoor in hun cirkel gevangen.

    Wil je meer weten over mieren? Ga dan eens langs bij Meneer Spoor. Die weet heel veel van mieren en kan je er van alles over vertellen. Wil je liever een keer andere insecten knutselen? Maak dan je eigen insect na onderzoek en goed kijken.

  • Boon ontkiemen

    Boon ontkiemen

    In het voorjaar komen de plantjes weer voorzichtig boven de grond. Maar wat er onder de grond gebeurt kan je meestal niet zien. In dit proefje ga je onderzoeken wat er onder de grond gebeurt bij het ontkiemen. Je gaat in dit proefje een boon ontkiemen in een pot.

    Nodig:boon-ontkiemen

    • glazen pot
    • keukenpapier
    • 1 droge boon
    • water

    Stappen:

    Er zijn natuurlijk verschillende soorten bonen. Voor dit proefje gebruiken we zelf een bruine boon. Maar je kan natuurlijk ook een witte boon of erwt gebruiken. Een boon ontkiemen is voor de meeste bonen hetzelfde.

    Maak eerst je pot goed schoon en droog. Een plantje heeft niet veel nodig om te ontkiemen, maar het is wel zo leuk als je goed kan zien wat er gebeurt. Maak ook de deksel van je pot schoon, anders krijg je misschien een schimmel en dat wil je niet.

    Als de pot schoon is doen je er een vel keukenpapier in. Je kan dit tot een nestje vouwen of een voorzichtig frommelen tot er een losse prop is. Zorg dat het papier niet te klein wordt. Als je een grote pot hebt kan je best wat extra papier gebruiken.

    Pak nu je boon. Je doet de boon in de pot en zorgt dat hij tussen het papier en het glas komt te zitten. Het is prettig als hij een centimeter of twee boven de bodem van de pot zit. Dan kan je straks namelijk goed zien hoe de boon ontkiemt.

    Doen nu voorzichtig een beetje water in het potje. Het hoeft echt niet veel te zijn. Het papier mag best nat worden, maar er moet geen laag water in de pot staan. Dat is niet goed voor de boon.

    Doe daarna de deksel op de pot en zet hem op een warme plek.

    Je kan nu elke dag een foto maken van de boon of in een schriftje een logboek maken. In je logboek schrijf je op welke stappen je zet en wat er gebeurt met de boon. Als je de boon daarna in de tuin wil planten kan dat. Bonen zijn erg gevoelig voor vorst, het is dus verstandig om bonen pas na half april te planten. Let ook dan even op de weersvoorspelling.

    Vragen:

    1. Na hoeveel dagen verschijnt er een worteltje uit de boon?
    2. Welke kant groeit de wortel op?
    3. Na hoeveel dagen komt er een groene scheut uit de wortel?
    4. Welke kant groeit de groene scheut op?

    Meer weten?

    Een boon en het kiemplantje dat groeien bestaan uit verschillende onderdelen die allemaal een eigen naam hebben en een rol spelen in de groei van het plantje. Bij je eigen ontkiemde boon kan je de wortel en stengel wel vinden, maar weet je ook dat een boon een navel heeft? Kijk eens bij een boon of je die kan vinden.

    Je kan nog veel meer planten verbouwen naast boontjes. Kijk eens bij de groene vingers van Onzeklassetuin.nl voor ideeën. Als je meer planten wil verbouwen kan je ook een bijenhotel maken, dan krijg je ook nog eens nuttige beestjes bij je planten.

     

  • EV3 Eierversierder

    EV3 Eierversierder

    Speciaal voor Pasen presenteren we de EV3 Eierversierder. Jason Allemann van JK Brickworks heeft deze robot gemaakt om eieren te versieren. In het programma zitten een aantal patronen die je direct kan laten uitvoeren, maar ga vooral zelf aan de slag om je eigen patroon te ontwerpen.

    Nodig:EV3 eierversierder

    Stappen:

    De EV3 Eierversierder of in het Engels EV3 Egg Decorator is een idee van Jason. Dit soort robots heten Egg Bots en je ziet ze de laatste 25 jaar steeds vaker. Sommige zijn helemaal zelf gemaakt, andere maken bijvoorbeeld gebruik van LEGO Mindstorms. Deze versie vonden wij erg leuk en is te maken met alleen maar onderdelen uit de EV3 313131 set.

    Het bedienen van de EV3 Eierversierder is erg makkelijk. Zodra het programma loopt kan je uit de verschillende patronen kiezen en druk je gewoon op de middelste knop om hem op je ei te tekenen. Zorg er wel voor dat de stift een halve centimeter boven het ei zit op het moment dat je start.

    Jason gaf zelf aan dat hij meestal dikke stiften gebruikt, maar dat het eigenlijk met elke stift moet kunnen. Je moet dan wel even testen of je ermee op een ei kan tekenen.

    Meer weten?

    Dit is een toffe robot voor de paasdagen. Je kan in het filmpje dat Jason op Youtube heeft gezet precies zien hoe hij werkt. Dank aan de mensen van JK Brickworks voor het fantastische ontwerp. We gaan er zelf mee aan de slag om een paar eitjes mee te versieren.

     

     

     

     

  • Enzymen en waterstofperoxide

    Enzymen en waterstofperoxide

    Hoe reageren levende cellen op de wereld om zich heen? In dit proefje doe je onderzoek naar de werking van enzymen die chemische processen versnellen. Enzymen zijn moleculen die er voor zorgen dat er bij alle levende organismen chemische reacties plaatsvinden. In dit proefje met enzymen en waterstofperoxide onderzoek je hoe enzymen een chemische proces versnellen.

    Nodig:enzymen en waterstofperoxide

    • 1 aardappel
    • aardappelmesje
    • 80 ml. waterstofperoxide
    • kleine maatbeker
    • pen en papier

    Stappen:

    In dit proefje gebruik je een aardappel om enzymen en waterstofperoxide te onderzoeken. Je onderzoekt daarbij hoe enzymen werken aan het afbreken van materialen. Je kijkt ook of enzymen helpen bij het afbreken van waterstofperoxide in water en zuurstof. Tot slot onderzoek je of de werking van enzymen nog beïnvloed wordt door verschillende temperaturen van de aardappel.

    Neem nu je aardappel en verdeel hem in drie gelijke stukken. Je verdeelt de drie onderdelen daarna. De eerste leg je op een plek op het aanrecht. Dit stuk aardappel blijft op kamertemperatuur.

    Het tweede stuk aardappel doe je in de vriezer. Zorg dat je het stuk minimaal 30 minuten in de vriezer houdt. Het is belangrijk dat het goed koud is.

    Het derde stuka aardappel kan je even koken in een pannetje. Voor dit proefje is het belangrijk dat je stuk aardappel minimaal 5 minuten gekookt is.

    Als je alle drie je stukken aardappel klaar hebt kan het experiment beginnen.

    Snij en stamp het stukje aardappel dat op kamertemperatuur is fijn. Als het goed gestampt is neem je ongeveer de hoeveelheid van een lepel en doe je de in de maatbeker. Doe er daarna waterstofperoxide bij. Voeg genoeg waterstofperoxide toe dat het stukje aardappel helemaal bedekt is. Kijk wat er gebeurt en schijf op wat je ziet. Spoel als je klaar bent de beker om.

    Neem nu het tweede stukje aardappel. Stamp dit ook fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Voeg ook hier waterstofperoxide aan toe tot het volledig bedekt is. Observeer wat er met de aardappel n de enzymen en waterstofperoxide gebeurt en schrijf op wat je ziet. Ook na dit proefje spoel je de beker weer goed om.

    Neem nu het derde, gekookte stukje aardappel. Stamp dit stukje fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Schenk hierna wat waterstofperoxide in de maatbeker tot de gestampte aardappel geheel bedekt is met een laagje waterstofperoxide. Bekijk goed wat er gebeurt en schrijf op wat je ziet.

    Vragen:

    1. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de aardappel op kamertemperatuur deed?
    2. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de bevroren aardappel deed?
    3. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de gekookte aardappel?
    4. Welke stukje aardappel loste het beste op in de waterstofperoxide en welke het slechtste?
    5. Hoe denk jij dat de verschillen komen?

    Meer weten?

    Het zal je tijdens het proefje zijn opgevallen dat de verschillende aardappels anders reageren met de waterstofperoxide. De reden hiervoor is dat enzymen gevoelig zijn voor temperatuur. De enzymen in de gekookte aardappel zijn bijna allemaal kapotgegaan tijdens het koken hierdoor kunnen de enzymen en waterstofperoxide niet meer reageren. Bij de bevroren aardappel gaat het ook langzaam, maar daar verschijnen wel belletjes. De lage temperatuur vertraagt de katalyse enzymen om hun werkt te doen. Bij de aardappel op kamertemperatuur gaat dit het beste. Dit komt doordat de enzymen het beste werken op kamertemperatuur.

    Wil je dit een keertje onderzoeken in een echt lab? Ga dan op bezoek bij Winclove tijdens het Weekend van de Wetenschap. Wil je meer in detail weten hoe de afbraak door enzymen er uit ziet? Combineer dit proefje dan met het proefje “Leven in de sloot” en leg ministukjes aardappel onder de microscoop.

  • Dierengedrag onderzoeken

    Dierengedrag onderzoeken

    In dit proefje ga je dierengedrag onderzoeken met je eigen keuzekamer. Door dieren te laten kiezen tussen twee opties kan je ontdekken waar ze zich het meest op hun plek voelen. Een keuzekamer maken is een manier om te onderzoeken waar een dier het liefste is. Door het dier steeds twee verschillende keuzes te geven kan je onderzoeken wat hij prettig vindt en zo bepalen wat zijn natuurlijke omgeving (of habitat) nodig heeft.

    Voor dit proefje moet je als voorbereiding eerst naar buiten om een aantal pissebedden te zoeken. Deze zijn gelukkig makkelijk te vinden omdat ze vaak onder stenen of stukken hout rond het huis wonen.

    Nodig:dierengedrag onderzoeken

    • 5 tot 10 pissebedden
    • pot om ze in te bewaren
    • 2 petri-schaaltjes met deksel
    • filterpapier (koffiefilter werkt goed)
    • donker papier
    • zwarte peper
    • een pen
    • een schaar

    Stappen:

    Voor elk proefje is het belangrijk dat je vooraf besluit wat je gaat onderzoeken. In dit experiment ga je onderzoeken of pissebedden een voorkeur hebben voor vochtige of droge plekjes en of ze een voorkeu hebben voor lichte of donkere plekken. Door deze twee vragen te stellen kan je het dierengedrag onderzoeken dat pissebedden laten zien als ze moeten kiezen.

    Vul je pot eerst met wat grond en droge bladeren. Zorg trouwens dat je een beetje diepe pot hebt omdat pissebedden goed kunnen klimmen en je niet wilt dat je ze steeds weer moet gaan zoeken. De pot et grond en bladeren zorgt dat je een plekje hebt om ze te bewaren als je niet bezig bent met het onderzoek. Door wat bladeren en grond in de pot te doen voelen ze zich beter en hebben ze minder last van het onderzoek.

    Zet nu je schaaltje op het filterpapier en volg de rand met je pen. Je kan het rondje filterpapier nu uitknippen en dubbelvouwen. Maak het daarna nat en doe het in je schaaltje. Je hebt nu een helft met een vochtige ondergrond en een helft met een droge ondergrond.

    Doe nu een paar pissebedden in het schaaltje en doe de deksel er weer op. De pissebedden hebben ongeveer 5 minuten nodig om te wennen aan hun nieuwe omgeving. Na die 5 minuten kan je zien of de pissebedden een voorkeur hebben voor een bepaalde ondergrond. Doe de pissebedden na dit eerste experiment weer terug in de pot.

    Je kan met de deksel en je pen nu een cirkel tekenen op het donkere papier. Knip dit ook uit en vouw het tot een halve cirkel. Controleer hierna of je filterpapier nog vochtig is. Als dat het geval is kan je het vorige experiment herhalen, maar leg je nu het donkere papier op de deksel. Hierdoor verdeel je de omgeving eigenlijk in 4 stukken. 1 deel is vochtig en licht, een deel is vochtig en donker, een deel is droog en licht en een deel is droog en donker. Als je de pissebedden nu weer in het schaaltje doet kan je onderzoeken welk van de vier plekken ze het prettigst vinden.

    Je kan het experiment ook met andere diertjes doen. Als je klaar bent is het belangrijk dat je ze weer netjes erug zet in de tuin waar je ze gevonden hebt.

    Vragen:

    1. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het eerste proefje?
    2. Welke voorkeur hebben de pissebedden bij het tweede proefje?
    3. Had je dat zelf ook gedacht?
    4. Met wat voor soort dieren kan je di proefje ook doen?
    5. Waar denk je dat die beestjes het liefst zitten?

    Meer weten?

    Over de hele wereld zijn er veel mensen die dierengedrag onderzoeken, dat onderzoek noemen ze ethologie. Een van de bekendste onderzoekers is Jane Goodall die al heel lang onderzoek doet naar chimpansees. Ze weet er dan ook heel veel van. Er staat een leuk interview met haar op de Nemo kennislink. Als je geen dierengedrag wil onderzoeken, maar wel wil weten hoe je zelf inelkaar zit, dan kan je misschien je eigen DNA onderzoeken.

  • Fruit afbreken

    Fruit afbreken

    Heb jij wel eens een stik fruit op het aanrecht laten liggen? Soms iets langer dan dat eigenlijk goed is? Dan is het je vast opgevallen dat hij vergaat en verrot. In dit proefje onderzoek je hoe verschillende bacteriën, schimmels en gisten een perzik afbreken en wat je kan doen om dit proces te vertragen.

    Nodig:

    • 1 perzik, appel of ander stuk fruit
    • mesje
    • 4 kleine bakjes
    • 100 ml citroensap
    • 100 ml azijn
    • 100 ml zout water (1 eetlepel zout per 100 ml warm water)

    Stappen:

    Je werkt met een mes. Vraag dus aan een volwassene om je te helpen of even op te letten zodat je niet in je vinger snijdt.

    Pak de perzik en snij hem in vier gelijke stukken. Het makkelijkste gaat dat door de perzik eerst in twee stukken te snijden en die ook weer door de helft te snijden.

    Leg hierna elk stuk perzik in een apart bakje. Het eerste bakje laat je leeg. Dit is je controle-perzik. De tweede bakje vul je met citroensap. Zorg dat je bakje zo groot is dat je het hele stuk perzik kan bedekken met citroensap.

    Na het eerste bakje kan je het tweede en derde bakje vullen met perzik en daarna voeg je azijn of zout water toe. Zorg dat elke bakje ongeveer evenveel perzik heeft en evenveel vloeistof. Als je een grote perzik gebruikt kan het dus zijn dat je 150 ml citroensap nodig hebt. Dan gebruik je dus ook 150 ml azijn en 150 ml zout water.

    Als je klaar bent met de vier bakjes kan je ze apart zetten. Zorg dat ze een droge en koele plek hebt om de bakjes te bewaren. Je kan ze daar een week laten staan. Als je na een week gaat kijken zie je de verschillen tussen de vier bakjes.

    Vragen:

    1. Wat is er gebeurt met het eerste stukje?
    2. Welke van de drie andere stukken is gaan schimmelen?
    3. Welke stukje is het minst bedorven?
    4. Maak een top drie van de verschillende methodes.

    Meer weten?

    De bacteriën, schimmels en gisten die een perzik afbreken hebben daarvoor allerlei dingen nodig. De voornaamste zijn suiker, vocht en warmte.
    Je kan eten beschermen tegen warmte door het te bewaren in de koelkast. Het meeste eten in de koelkast blijft langer goed dat eten dat je buiten de koelkast legt.
    Je kan eten ook inmaken. Kijk maar eens naar ingemaakte uitjes of augurken. Inmaken doe je met azijn. Het zuur van azijn werkt goed tegen bacteriën en schimmels Hierdoor konden in dit proefjes de bacteriën en schimmels geen perzik afbreken.
    Zout onttrekt vocht uit je eten. Door de perzik in zout water te bewaren, was er geen vocht om de perzik te laten rotten.

    Je kan dit proefje nog eens doen met andere stoffen. Probeer je perzik eens te bewaren op een warme plek, in de zon of door het te bewaren in water met soda of water met zuiveringszout.

    Wil je meer weten of bacteriën en schimmels? Ga dan een keertje naar Micropia in Amsterdam. Daar doen ze heel veel onderzoek naar verschillende bacteriën, schimmels en gisten. Die noemen ze ook wel micro-organismen. Wil je zelf onderzoek doen naar micro-organismen. Leg dan eens wat slootwater onder een microscoop.

  • Over de vloer

    Over de vloer

    Door Jonathan Sipkema & Vanya Deckers

    Dirk Everse van Proefjes met Boefjes laat zien wat er allemaal borrelt en bruist op Into The Great Wide Open 2017.

    Over de vloer: Proefjes met boefjes from Into The Great Wide Open on Vimeo.

  • Water absorberen

    Water absorberen

    Als je met water knoeit, pak je een doekje om het op te ruimen. Het doekje neemt namelijk water op. Dat heet absorberen. Maar hoe zit dat als je buiten bent? Welke materialen absorberen wel water en welke niet? In dit proefje onderzoek je welke materialen water absorberen en welke er geen water absorberen.

    Nodig:water absorberen

    • papieren bekers gevuld met water
    • pipetje of druppelaar
    • kleine bordjes

    Kies vijf of zes van de volgende materialen:

    • een handvol aarde
    • lapje stof
    • plastic folie
    • keukenpapier
    • sponsje
    • klei
    • grind
    • zand
    • gras

    Stappen:

    In dit proefje kijk je naar materialen die water absorberen. Hiervoor heb je natuurlijk water nodig. Zorg dus dat je dit proefje doet op een plek die een beetje nat kan worden. Dit kan bijvoorbeeld op het aanrecht of buiten.

    Bekijk al de materialen die je voor je proefje wil gebruiken. Til ze op, voel er aan en bestudeer ze. Probeer vooraf te bedenken welke van de materialen het beste water gaat absorberen. Zorg dat je van elk materiaal ongeveer evenveel hebt en leg ze per soort op een bordje.

    Druppel een paar druppels water op je materiaal. Evenveel druppels bij elke materiaal. Het is handig als je hardop telt. Dan weet je zeker dat je steeds evenveel druppels gebruikt. Kijk daarna goed wat er gebeurt.

    Als een materiaal geen water meer absorbeert stop je met de druppels. Onthoud hoeveel druppel je hebt gebruikt of schrijf het op een papiertje.

    Vragen:

    1. Welke materialen dacht je dat goed zouden absorberen?
    2. Welk materiaal absorbeert het beste?
    3. Welke materialen vind je in de natuur?
    4. Welke materialen zijn gemaakt door mensen?
    5. Wat denk je dat er gebeurt als je de materialen nu in de zon legt?

    Meer weten?

    Je kunt het zand en klei mengen en er kleine bakstenen van kneden. Probeer een combinatie van aarde, klei, zand, gras en water voor verschillende soorten bakstenen. Je kunt ze vervolgens in de zon laten drogen tot ze hard zijn. Het eerste stuk van de Chinese Muur is gemaakt met aarde, klei en zand. Dat was heel lang geleden en die muur staat er nog steeds.

    Er zijn ook dingen die slecht tegen water kunnen, zoals een telefoon. Tegenwoordig heb je speciale stoffen die er voor zorgen dat je telefoon helemaal geen water meer absorbeert. David van Bright doet daar zelf een eigen proefje mee.

    Proefjes met water zijn erg leuk. Als je dit een leuk proefje vindt, is het misschien ook een idee om plastic te scheiden met zoet en zout water.

  • Wat is een lens?

    Wat is een lens?

    Het glas in een vergrootglas zorgt ervoor at je iets beter kan zien. De glazen in een bril doen dat ook. Net als de glazen in een sterrenkijker of een microscoop. Maar hoe werkt dat eigenlijk? In dit proefje onderzoek je de vragen: “Wat is een lens?”en “Hoe werkt een lens?”.

    Nodig:lens maken

    • ansichtkaart (of briefkaart)
    • schaar
    • plakband
    • pipet
    • water
    • tijdschrift
    • vergrootglas
    • oude bril (als je die hebt)

    Stappen:

    Pak de ansichtkaart en prik in het midden voorzichtig een gaatje met het puntje van de schaar. Knip vervolgens een rondje uit. Let op dat het rondje klein is, het mag niet breder zijn dan het plakband. Je kunt je rolletje plakband op het gaatje leggen om te controleren of je niet te groot knip.

    Leg de ansichtkaart daarna op tafel. Pak een stuk plakband dat iets groter is dan het gat dat je net hebt geknipt en plak het er overheen. Het is belangrijk dat je het hele gat bedekt met het stuk plakband. Om goed te onderzoeken wat een lens is, is het belangrijk dat je het gat afdekt met een stuk plakband en niet met verschillende overlappende stukjes.

    Als je het gat hebt afgeplakt draai je de kaart voorzichtig om. Als hij vastplakt aan de tafel ben je extra voorzichtig. Je haalt hem dan rustig los. Plak nu ook op de andere kant plakband. Je hebt het gat nu aan beide kanten afgedekt met plakband.

    Leg de ansichtkaart nu op het tijdschrift. Kijk goed door het gaatje naar wat je ziet.

    Pak nu je pipet en zuig een beetje water op. Laat voorzichtig een druppel water op het midden van plakband en het gaatje vallen. Kijk nu weer naar het tijdschrift. Door de druppel zie je nu iets anders dan eerst. Door het toevoegen van het water heb je zelf een lens gemaakt.

    Na de ansichtkaart kan je het tijdschrift ook bekijken met de oude bril of het vergrootglas. Beschrijf steeds wat er anders is als je kijkt.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als je een druppel op de ansichtkaart doet?
    2. Wat valt je op aan de vorm van de druppel en het vergrootglas?
    3. Wat gebeurt er als je de lens dicht bij je oog houdt?
    4. Wat gebeurt er als je hem juist ver van je oog houdt?
    5. Je hebt nu verschillende lenzen. Welke maakt dingen het grootst?

    Meer weten?

    Met een lens kan je kleine dingen groter maken. Sommige mensen hebben elke dag een lens nodig om goed te kunnen kijken. Meestal dragen ze dan een bril. Een bril zorgt ervoor dat ze de hele wereld door een lens zien en beter kunnen kijken. Bij het Oogfonds kan je zelf online een oogtest doen.

    De grootste lens ter wereld wordt gebruikt om naar sterren te kijken. De sterrenwacht van het Yerkes-observatorium heeft hem, maar gebruikt hem tegenwoordig niet meer zo vaak.

    Wil je meer proefjes doen met je ogen? Onderzoek dan eens welk oog dominant is in dit leuke proefje!