Categorie: Scheikunde

  • Leren pipetteren

    Leren pipetteren

    Er zijn heel veel proefjes waar een pipet voor nodig is, maar het werken met een pipet moet je leren. In dit experiment leer je hoe je een pipet gebruikt. Door te leren pipetteren werken kinderen meteen aan hun fijne motoriek.

    Nodig:

    In dit proefje ga je leren pipetteren.
    • een pak natriumbicarbonaat (zuiveringszout)
    • voedingskleurstof
    • azijn
    • pipetten
    • potjes of bakjes
    • een laagbakblik of oventray

    Stappen:

    Om te beginnen maak je een mooi werkveld. Dat doe je door het natriumbicarbonaat te verdelen op je bakblik. Zorg dat je een mooie laag hebt. Als je eerst een bergje hebt, kan je het bakblik zachtjes heen en weer schudden om het natriumbicarbonaat over de bodem te verdelen.

    Meng nu in elk van de lege potjes 100 ml azijn met steeds en paar druppels voedingskleurstof. Je kan hierbij ook verschillende kleuren mengen, zo geeft rood en blauw een leuk paars effect. Als je vijf of zes verschillende kleuren hebt, zet je de potjes in de buurt van je bakblik. Let daarbij op dat je met de potjes niet op het natriumbicarbonaat morst!

    Pak nu ee pipet en knijp zachtjes in de bovenkant. Als je hem nu in een potje doopt en loslaat, zuigt hij zich vol met vloeistof. Je kan nu met je pipet gaan tekenen boven het bakblik. Doe dit door zachtjes te knijpen voor druppels, of hard te knijpen voor een stroompje. Probeer verschillende manieren om je pipet vast te houden. Het leren pipetteren is vooral een kwestie van doen en oefenen. 

    Je kan ook proberen bergjes te maken op het bakblik en daar de gekleurde azijn op gieten. Een andere aanpassing is een schat begraven onder het natriumbicarbonaat en die met azijn op te graven.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als het gekleurde azijn op het bakblik komt?
    2. Welke vorm krijg je als je een druppel azijn op het bakblik laat vallen?
    3. Maak een foto van je experiment en post hem op Instagram met de hashtag #proefjesmetboefjes.

    Meer weten?

    Als je hebt leren pipetteren kan je veel andere leuke proefjes doen. Je kan bijvoorbeeld een vulkaan maken of een zuurgraad meten.

    De reactie van azijn en natriumbicarbonaat komt doordat natriumbicarbonaat basisch is en azijn een zuur. Als je die twee met elkaar mengt ontstaat koolstofdioxide, een gas. Dit ontsnapt met kleine belletjes.

  • Kan je mieren afschrikken?

    Kan je mieren afschrikken?

    Heb je weleens last gehad van mieren tijdens een picknick? Je kan dat oplossen met een spuitbus, maar de vraag is of je dat wil doen terwijl er allemaal lekker eten klaar staat. In dit proefje doe je onderzoek naar manieren die mieren afschrikken op een vriendelijke manier.

    Nodig:kan je mieren afschrikken?

    • een plek buiten waar voldoende mieren zitten
    • groot wit tafelkleed (van vinyl, plastic of papier)
    • dikke stift
    • 10 flessendoppen
    • wattenstaafjes
    • minimaal drie vloeistof/oplossingen:
      • water
      • suikerwater
      • citroensap
      • azijn
      • afwasmiddel
      • tabasco
      • een andere vloeistof?

    Stappen:

    Als je een proefje wil doen met mieren is het handig als je een plek zoekt waar veel mieren zitten. Meestal kan je in het park of het bos wel een mooie mierenhoop vinden. Als je zo’n plek gevonden hebt leg je het tafelkleed op de grond en wacht je af tot er wat mieren op het kleed lopen. Als dat lang duurt, kan je ook een stukje fruit naast het kleed leggen en wachten tot de mieren er overheen krioelen. Pak het dan op en schud de mieren er boven het kleed af.

    Als je groepjes mieren hebt, kan je met de dikke stift een flinke cirkel op het kleed tekenen. Elke cirkel is een vloeistof (of oplossing) die je gaat testen. Schijf naast de cirkel welke oplossing je test.

    Giet vervolgens een klein beetje van de oplossing in een flessendop. Doop hier het wattenstaafje in en zoek in de cirkel naar een mier. Teken vervolgens een cirkel van ongeveer 2,5 centimeter (ongeveer een 2 euromunt) om de mier heen. Kijk of de mier binnen de cirkel blijft of er uit stapt.

    Let op dat je de cirkel niet te nat maakt. Als de cirkel te nat is kan de mier er misschien niet uit omdat de mier niet durft over te steken en niet omdat de oplossing zelf hem afschrikt.

    Teken met je oplossing een cirkel om ongeveer 20 mieren. Kijk goed of de mieren afschrikken van de oplossing of dat ze deze negeren en de cirkel uit lopen. Je kan bijhouden hoeveel mieren en blijven zitten en hoeveel er ontsnappen in een schema. Let ook op of mieren niet in de oplossing blijven staan.

     

    Oplossing Gevangen mieren Ontsnapte mieren Wat zie ik?
    Water  

     

    Citroensap  

     

    Azijn  

     

    Enz.  

     

    Vul nu een andere flessendop met een andere oplossing. Je begint nu op een andere plek op je kleed opnieuw. Ook nu test je weer 20 mieren door er cirkels omheen te trekken met een wattenstaafje en de oplossing. Ook nu kan je weer bijhouden hoeveel mieren afschikken en hoeveel er ontsnappen. Je herhaalt het proefje voor elke vloeistof die je wil testen.

    Vragen:

    1. Welke oplossing hield de meeste mieren gevangen?
    2. Welke oplossing had de meeste ontsnapte mieren?
    3. Waren er ook oplossingen waar de mier in bleef staan zonder dat hij gevangen leek?
    4. Zo ja, waarom denk je dat dit komt?

    Meer weten?

    Alle dieren kunnen chemische signalen in hun omgeving waarnemen. Sommige gebruiken zelfs chemische signalen om te communiceren. Een van de dieren waarvan het bekend is dat ze chemische signalen gebruiken om met elkaar te ‘praten’ zijn mieren. Als je een hele colonne van mieren ziet dan lopen ze achter elkaar aan doordat ze een onzichtbaar chemisch pad van feromonen volgen. Dit zijn voor de mier positieve chemische signalen. Je hebt ook negatieve signalen. Die vertellen de mier om weg te blijven.

    De oplossing die de meeste mieren gevangen houdt is de stof die het best is in mieren afschrikken. De mieren durven namelijk niet over te steken en blijven daardoor in hun cirkel gevangen.

    Wil je meer weten over mieren? Ga dan eens langs bij Meneer Spoor. Die weet heel veel van mieren en kan je er van alles over vertellen. Wil je liever een keer andere insecten knutselen? Maak dan je eigen insect na onderzoek en goed kijken.

  • Speciaal slime met winterthema

    Speciaal slime met winterthema

    Als het buiten koud en guur is, kan je heel goed binnen slime maken. Maar het is nog leuker om een speciaal slime met winterthema te maken. Dit slime heeft niet alleen sneeuwwitte en ijsblauwe kleuren, het glinstert en fonkelt ook nog eens.

    Nodig:

    • 
doorzichtige hobbylijm (uitwasbaar)
    • natriumbicarbonaat
    • zoutoplossing (zoals lenzenvloeistof)
    • water
    • blauwe kleurstof
    • pailletjes en glitter
    • kom
    • lepel
    • maatbeker
    • schaal

    Stappen:

    Eerst meet je in de maatbeker 120 ml. lijm af en die doe je in de kom. Als je doorzichtige lijm gebruikt krijg je een mooi, doorschijnend effect. Daarna schenk je ook 120 ml. water in de kom. Het is nu belangrijk om de lijm en het water goed te mengen.

    Als de lijm en het water goed gemengd zijn is het tijd om de kleurstof en glitter toe te voegen. Omdat we een speciaal slijm met winterthema maken gebruiken we een blauwe kleurstof. Voeg 5 druppels van de blauwe kleurstof toe en paar scheutjes glitter en een boel pailletjes. Wees vooral niet te zuinig met de glitter. Daarna is het belangrijk dat je alles weer goed door elkaar roert.

    Voeg vervolgens een halve theelepel natriumbicarbonaat aan het mengsel toe. Dit zorgt dat het mengsel wat steviger wordt. De volgende stap is het toevoegen van een eetlepel met de zoutoplossing of lenzenvloeistof. Een zoutoplossing met boorzuur als ingredient werkt het beste.

    Meng nu alles weer door elkaar. Je moet stevig en snel mengen. Als het nog te waterig is, kan je een beetje extra van de zoutoplossing toevoegen.

    De laatste stap is het kneden van je slijm. Als je het gevoel hebt dat het niet meer aan de randen en bodem van de kom blijft plakken als je er aan trekt, is het tijd om het er uit te halen.

    Voor het winterse Frozen effect kan je er eentje maken die blauw is en een tweede waar je geen kleurstof bijdoet, maar alleen zilveren glitter. Je krijgt dan een mooi wintershit slijm en een ijsblauwe die beide glinsteren en fonkelen.

    Meer weten?

    Er komt best wat scheikunde kijken bij slijm. Het boorzuur in de zoutoplossing reageert samen mer de lijm en vormt het rekbare deel van het slijm.
    De lijm is een polymeer met lange moleculen die langs elkaar glijden. Hierdoor blijft de lijm ook vloeibaar. Daarom voeg je ook water aan het mengsel toe, zodat de lijm niet kan opdrogen en hard en lubberig wordt.
    Door boorzuur uit de zoutoplossing of lenzenvloeistof toe te voegen, raken de lange moleculen van de lijm met elkaar verstrikt. Hierdoor wordt de lijm minder vloeibaar en dikker als slijm.
    Wil je zelf aan de slag met polymeren? Kijk dan ook eens naar dit proefje waarin je bioplastic maakt.

  • Popcorn maken met een maïskolf

    Popcorn maken met een maïskolf

    Wat is er nu lekkerder bij een film dan popcorn? Zelfgemaakte popcorn natuurlijk! En het is nog leuker om popcorn te maken van maïs die nog op de maïskolf zit. In dit proefje ga je dat doen: Popcorn maken met een maïskolf

    Nodig:popcorn-maken-met-een-maiskolf

    • gedroogde maïskolf
    • een papieren zak
    • magnetron

    Stappen:

    Het maken van popcorn is een natuurkundig proces (en geen scheikunde). Om te beginnen is het belangrijk dat je de magnetron inspecteert. Als je een instelling hebt die specifiek voor popcorn is heb je geluk en kan je die gebruiken. Geen popcornknop? Geen probleem. Zorg wat je de magnetron op minimaal 700 watt instelt, maar hoger mag ook.

    Doe de maïskolf in de papieren zak. En vouw de bovenkant een paar keer dubbel. Zorg dat hij goed dicht zit zodat de stoom in de zak blijft als je de maïs gaat verhitten bij het popcorn maken.

    Je kunt daarna de zak in het midden van de magnetron zetten. Afhankelijk van de stand van de magnetron duurt het een paar minuten voor de popcorn klaar is. Het makkelijkste is om het aan te zetten en te wachten tot het pop-geluid in de magnetron afneemt.

    Hoor je bijna geen ‘gepop’ meer? Doe dan de deur open en je hebt heerlijke popcorn.

    Vragen:

    1. Op welke stand stond je magnetron?
    2. Na hoeveel minuten was er popcorn?
    3. Kan je andere manieren bedenken om popcorn te maken?

    Meer weten?

    Popcorn maken is een natuurkundig proces. De reden hiervoor is dat popcorn ‘popt’ als er een hele, hele kleine hoeveelheid water in de maïskorrel superheet wordt en in stoom veranderd. Door de druk scheurt de maïskorrel open en wordt een deel van het zetmeel naar buiten en versmelt het met ander zetmeel. Dit vormt dan die lekkere witte wolkjes als het afkoelt. Omdat de drijvende kracht achter deze verandering komt doordat water in stoom veranderd en er feitelijk geen nieuwe chemische verbinding ontstaat, is de verandering een natuurkundig proces. Als je dit proces in slow motion wil zien, kijk dan eens naar dit filmpje.

    Nog niet uitgesnoept? Maak dan ook eens deze wetenschappelijke ijsjes.

  • Enzymen en waterstofperoxide

    Enzymen en waterstofperoxide

    Hoe reageren levende cellen op de wereld om zich heen? In dit proefje doe je onderzoek naar de werking van enzymen die chemische processen versnellen. Enzymen zijn moleculen die er voor zorgen dat er bij alle levende organismen chemische reacties plaatsvinden. In dit proefje met enzymen en waterstofperoxide onderzoek je hoe enzymen een chemische proces versnellen.

    Nodig:enzymen en waterstofperoxide

    • 1 aardappel
    • aardappelmesje
    • 80 ml. waterstofperoxide
    • kleine maatbeker
    • pen en papier

    Stappen:

    In dit proefje gebruik je een aardappel om enzymen en waterstofperoxide te onderzoeken. Je onderzoekt daarbij hoe enzymen werken aan het afbreken van materialen. Je kijkt ook of enzymen helpen bij het afbreken van waterstofperoxide in water en zuurstof. Tot slot onderzoek je of de werking van enzymen nog beïnvloed wordt door verschillende temperaturen van de aardappel.

    Neem nu je aardappel en verdeel hem in drie gelijke stukken. Je verdeelt de drie onderdelen daarna. De eerste leg je op een plek op het aanrecht. Dit stuk aardappel blijft op kamertemperatuur.

    Het tweede stuk aardappel doe je in de vriezer. Zorg dat je het stuk minimaal 30 minuten in de vriezer houdt. Het is belangrijk dat het goed koud is.

    Het derde stuka aardappel kan je even koken in een pannetje. Voor dit proefje is het belangrijk dat je stuk aardappel minimaal 5 minuten gekookt is.

    Als je alle drie je stukken aardappel klaar hebt kan het experiment beginnen.

    Snij en stamp het stukje aardappel dat op kamertemperatuur is fijn. Als het goed gestampt is neem je ongeveer de hoeveelheid van een lepel en doe je de in de maatbeker. Doe er daarna waterstofperoxide bij. Voeg genoeg waterstofperoxide toe dat het stukje aardappel helemaal bedekt is. Kijk wat er gebeurt en schijf op wat je ziet. Spoel als je klaar bent de beker om.

    Neem nu het tweede stukje aardappel. Stamp dit ook fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Voeg ook hier waterstofperoxide aan toe tot het volledig bedekt is. Observeer wat er met de aardappel n de enzymen en waterstofperoxide gebeurt en schrijf op wat je ziet. Ook na dit proefje spoel je de beker weer goed om.

    Neem nu het derde, gekookte stukje aardappel. Stamp dit stukje fijn en doe ongeveer een lepel vol in de maatbeker. Schenk hierna wat waterstofperoxide in de maatbeker tot de gestampte aardappel geheel bedekt is met een laagje waterstofperoxide. Bekijk goed wat er gebeurt en schrijf op wat je ziet.

    Vragen:

    1. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de aardappel op kamertemperatuur deed?
    2. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de bevroren aardappel deed?
    3. Wat zag je toen je waterstofperoxide bij de gekookte aardappel?
    4. Welke stukje aardappel loste het beste op in de waterstofperoxide en welke het slechtste?
    5. Hoe denk jij dat de verschillen komen?

    Meer weten?

    Het zal je tijdens het proefje zijn opgevallen dat de verschillende aardappels anders reageren met de waterstofperoxide. De reden hiervoor is dat enzymen gevoelig zijn voor temperatuur. De enzymen in de gekookte aardappel zijn bijna allemaal kapotgegaan tijdens het koken hierdoor kunnen de enzymen en waterstofperoxide niet meer reageren. Bij de bevroren aardappel gaat het ook langzaam, maar daar verschijnen wel belletjes. De lage temperatuur vertraagt de katalyse enzymen om hun werkt te doen. Bij de aardappel op kamertemperatuur gaat dit het beste. Dit komt doordat de enzymen het beste werken op kamertemperatuur.

    Wil je dit een keertje onderzoeken in een echt lab? Ga dan op bezoek bij Winclove tijdens het Weekend van de Wetenschap. Wil je meer in detail weten hoe de afbraak door enzymen er uit ziet? Combineer dit proefje dan met het proefje “Leven in de sloot” en leg ministukjes aardappel onder de microscoop.

  • Over de vloer

    Over de vloer

    Door Jonathan Sipkema & Vanya Deckers

    Dirk Everse van Proefjes met Boefjes laat zien wat er allemaal borrelt en bruist op Into The Great Wide Open 2017.

    Over de vloer: Proefjes met boefjes from Into The Great Wide Open on Vimeo.

  • Zelf oobleck maken

    Zelf oobleck maken

    Is een vloeistof altijd vloeibaar? Het klinkt raar maar sommige vloeistoffen kunnen hard worden als je er op slaat of stampt. Zo’n vloeistof heet met een moeilijk woord oobleck. In dit proefje leer je zelf oobleck maken en doe je er ook experimenten mee.

    Nodig:zelf oobleck maken

    • 500 ml water
    • 900 gram maïzena
    • 1 grote kom

    Stappen:

    Zet de kom stevig neer en zorg dat je met je hand nog makkelijk bij de bodem komt. Doe dan voorzichtig de maïzena in de kom. Maïzena is heel licht, dus zorg dat je het niet te wild in de kom doet. Doe je dat wel, dan zit je hele werkplek onder de maïzena.

    Als de maïzena in de kom zit kan je het water rustig toevoegen. Meng het hierna goed met je handen door te kneden. Dit mengen kan best wel even duren en het is de bedoeling dat je goed kneed en roert met je vingers. Als het nog wat droog lijkt kan je een klein beetje extra water toevoegen. Doe dit steeds met een scheutje en niet meer dan 100 ml extra water.

    Het mengsel mag niet te waterig zijn, als het een beetje de dikte van vloeibare lijm heeft kan je het voor de eerste keer testen. Probeer een stevige klont te pakken. Op het moment dat je het als een bijna vast materiaal beet hebt en boven de kom houdt, wordt het weer vloeibaar en druipt het terug in de kom. Je bent nu klaar met het zelf oobleck maken.

    Vragen:

    1. Hoeveel tellen duurt het voordat je klont weer vloeibaar wordt?
    2. Wat gebeurt er als je met je handen op de oppervlakte slaat?
    3. Wat gebeurt er als je je hand op de oppervlakte legt en langzaam naar beneden duwt?
    4. Wat gebeurt er als je hard met je hand roert?
    5. Wat gebeurt er als je langzaam roert?

    Meer weten?

    Oobleck is een vloeistof die zich niet altijd gedraagt als een vloeistof. Van water of olie zou je bijvoorbeeld nooit een klontje kunnen pakken. Oobleck is een niet-Newtoniaanse vloeistof. Bij onze vrienden van Nemo hebben ze een heel werkstuk geschreven over deze vloeistof. Na het zelf oobleck maken zal je een aantal dingen uit het werkstuk zeker herkennen.

    Op Youtube staan verschillende filmpjes met proefjes met oobleck. Voor sommige proefjes hebben ze zelfs een zwembad vol met oobleck gemaakt!

    Je kan je oobleck ook een kleur geven door er wat voedingskleurstof bij te doen. Het is dan wel handig om handschoenen aan te doen. Als je dat niet doet zitten je handen ongeveer twee dagen onder de kleurstof.

    Vond je dit een leuk proefje? Misschien vind je het dan ook leuk om slijm te maken! Kijk dan ook bij ons glow-in-the-dark slijm.

     

  • Vrijwilliger gezocht

    Vrijwilliger gezocht

    — De vrijwilliger is gevonden | Tot op Into The Great Wide Open! —

    Proefjes met Boefjes zoekt een vrijwilliger voor ITGWO

    Ben jij goed met kinderen? Ben je beschikbaar van 30 augustus tot en met 4 september?

    Ben je niet bang voor modder, de zee of het bos? Ga dan met Proefjes met Boefjes naar Vlieland en help bij het WadLab tijdens Into The Great Wide Open.

    Wat kan een vrijwilliger verwachten?schelpen en zuur

    • Gratis toegang tot Into The Great Wide Open 2017
    • Overtocht naar Vlieland
    • Een plek op camping Stortemelk voor een tent
    • Crewcatering op werkdagen

    Wat wordt er verwacht van de vrijwilliger?

    • Beschikbaarheid van woensdag 30 augustus tot en met maandag 4 september 2017.
    • Actieve houding
    • Goed met kinderen
    • Work hard, play hard. De kinderactiviteiten beginnen vroeg, maar ´s avonds kan je wel dansen bij de bandjes.

    Ben jij de kindvriendelijke hulp die we zoeken? Stuur ons dan een berichtje met je motivatie en misschien sluit jij je zomervakantie dan af op Vlieland.

     

     

  • IJsjes voor de wetenschap

    IJsjes voor de wetenschap

    IJsjes eten en het wetenschap noemen, wie wil dat nu niet? In dit proefje leer ga je aan de slag met ijsjes voor de wetenschap. Dus, pak je sjaal en handschoenen want dit gaat koud worden!

    Nodig:ijsjes voor de wetenschap

    • 1 klein hersluitbaar diepvrieszakje (ongeveer 1 liter)
    • 1 groot diepvrieszakje (ongeveer 3 liter)
    • 100 ml melk
    • 100 ml slagroom (vloeibaar)
    • 20 druppels vanille essence of vanille extract
    • 50 gram suiker
    • 150 gram keukenzout
    • 300 gram ijsblokjes
    • 1 thermometer

    Stappen:

    Doe de suiker, melk, slagroom en vanille in het kleine diepvrieszakje. Zorg dat de sluiting goed dichtzit. Je hoeft de lucht er niet uit te duwen, je hebt straks namelijk nog ruimte nodig in het zakje.

    Vul nu de grote diepvrieszak met ijsblokjes. Je kunt ijsblokjes gebruiken maar ook crushed ijs werkt prima als je ijsjes voor de wetenschap wil maken. Heb je geen ijsblokjes in de vriezer? Je kunt bij sommige supermarkten ook ijsblokjes kopen uit het vriesvak!

    Meet nu met de thermometer de temperatuur van het ijs in de zak. Doe nu 150 gram keukenzout bij het ijs in de grote zak. Doe het kleine diepvrieszakje in de grote zak en doe de grote nu ook dicht.

    Schud de zak rustig heen en weer. Dat gaat het makkelijkste door de grote zak aan de bovenkant te pakken en heen en weer te wiegen. Let wel op dat je handschoenen (nee echt) draagt of een doek gebruikt om de zak vast te houden. De zak wordt namelijk zo koud dat je er behoorlijk pijnlijke vingers van kan krijgen.

    Wieg de zak ongeveer 10 of 15 minuten heen en weer. Als je dit proefje samen doet, zorg dan dat je om de beurt de zak heen en weer wiegt, dan worden je armen niet zo moe. Het maken van ijsjes voor de wetenschap vraagt natuurlijk wel wat inzet.

    Zet na ongeveer 15 minuten de zak neer en maak hem open. Meet met de thermometer de temperatuur in de zak.

    Je kunt de kleine diepvrieszak nu uit de grote zak halen en open maken. Ga opzoek naar een bakje en een lepel en eet smakelijk!

    Vragen:

    1. Wat is de temperatuur van het ijs bij de eerste meting?
    2. Wat is de temperatuur van het ijs bij de tweede meting?
    3. Hoe komt dat verschil?

    Meer weten?

    IJs heeft energie nodig om te smelten. Als je ijs smelt haalt het die energie uit de omgeving. In het proefje hierboven haalt het de energie uit de ingrediënten in het kleine diepvrieszakje. Doordat er zout bij de ijsblokjes zit, wordt het vriespunt van het ijs lager. Het ijs heeft dan dus nog meer energie nodig om te smelten. Dit makt het ijs dus nog kouder dan dat het eerst was. Dat is waarom je ook ijs krijgt in het kleine zakje.

    Je kunt het proefje nog een keer doen met ander zout. Probeer het eens met grotere zoutkristallen. Grotere kristallen lossen namelijk langzamer op in het water en hierdoor kan je langer en gelijkmatiger koelen.

    Bij Willem Wever hebben ze wel eens gekeken hoe water eigenlijk bevriest. Je kunt hier lezen hoe dat kan. Wil je na het maken van ijsjes voor de wetenschap nog meer lekkere proefjes doen? Misschien is het dan een idee om zelf suikerkristallen te maken.

  • Verf maken

    Verf maken

    Verf bestaat uit drie onderdelen: kleur, iets om het mee te smeren en iets dat alles bij elkaar houdt. In dit proefje ga je kijken welke stoffen er samen voor goede verf zorgen. Je gaat verschillende soorten verf maken.

    Nodig:verf maken

    • bloem
    • behangplaksel
    • melkpoeder
    • vloeibare zeep
    • afwasmiddel
    • shampoo
    • voedingskleurstof
    • inkt of ecoline
    • zwarte thee
    • bakje
    • twee theelepels
    • twee eetlepels
    • water
    • kwasten
    • papier

     

    Stappen:

    Eerst ga je drie groepen maken. Een groep met binders, een groep met smeermiddelen en een groep kleurstoffen.

    Binders Smeermiddel Kleurstof
    bloem vloeibare zeep voedingskleurstof
    behangplaksel afwasmiddel inkt of ecoline
    melkpoeder shampoo zwarte thee

    Kies eerst uit elke groep een stof. Je kan bijvoorbeeld kiezen voor bloem, shampoo en zwarte thee. Of je kiest voor melkpoeder, vloeibare zeep en rode voedingskleurstof. Het maakt niet uit wat je combineert, zolang er een binder, smeermiddel en kleurstof wordt gemengd. Als je deze drie mengt kan je verschillende soorten verf maken.

    Van een binder neem je 1 eetlepel. Die doe je in een bakje. Daar doe je een halve theelepel smeermiddel bij. Doe er daarna twee eetlepels water bij. Je moet nu goed roeren in je bakje. Blijf roeren tot er geen klontjes meer zijn. Hierna voeg je nog een theelepel met kleurstof toe. Ook dan moet je weer goed roeren.

    Het verf maken is nu bijna klaar. Je moet de verf natuurlijk nog wel testen. Probeer nu met een kwast uit of de verf goed is. Je kan gewoon een streep op je papier trekken.

    Probeer verschillende mengsels voor verschillende kleuren en resultaten.

    Vragen:

    1. Welke combinatie vond je goed werken?
    2. Welke combinatie vond je juist niet goed?
    3. Wat denk je dat er gebeurt als je de verhoudingen aanpast? Probeer het eens!
    4. Kan je een andere binder of kleurstof bedenken?

    Meer weten?

    Als je de binder en het water mengt met water, krijg je een papje. Het smeermiddel zorgt ervoor dat je de verf goed kan uitsmeren. Omdat je een leuke kleur wil, voeg je er kleurstof aan toe. Ook hier is het water weer belangrijk. Het zorgt dat de kleurstof goed kan mengen.

    Bij onze vrienden van Expedition Chemistry kan je ook verf maken met een ei. Dat is ook heel erg leuk. Vroeger gebruikte schilders allerlei spullen om zelf verf te maken. Toen kon je het ook nog niet in de winkel kopen. Bij het Rijksmuseum in Amsterdam hebben ze daar heel veel verschillende voorbeelden van. Daar hangen ook allemaal oude schilderijen.