Categorie: Ruimtevaart

  • Raket van lucifers

    Raket van lucifers

    Zelf raketten maken is een van de leukste dingen om te doen. Soms in het groot, maar deze keer in het klein. In dit proefje maak je een kleine raket van lucifers die met een knal worden afgeschoten.

    Nodig:raket van lucifers

    • aluminiumfolie
    • 10 lucifers
    • speld of naald
    • paperclip
    • aansteker
    • schaar

    Stappen:

    We gaan een proefje doen met vuur. Het is daarom belangrijk dat je dit buiten doet en samen met een volwassen iemand.

    Pak het aluminiumfolie en knip een rechthoek van ongeveer 2 bij 3 centimeters uit. Leg het stukje aluminiumfolie dwars voor je op tafel. Pak nu een lucifer en leg hem in het midden van het stukje aluminiumfolie. Zorg dat de kop van de lucifer precies op de helft ligt tussen de boven- en onderkant en in het midden van links en rechts.

    Vouw nu de bovenste helft van het aluminiumfolie over de lucifer. Strijk hem goed aan zodat er geen vouwen meer in zitten. Er mogen ook geen luchtbelletjes blijven zitten.

    Duw nu voorzichtig de speld langs de lucifer. Strijk het aluminiumfolie weer aan zodat de lucifer met de spel strak is ingepakt. Rol het aluminiumfolie nu voorzichtig om de lucifer heen. Doe dit zo strak als je maar kan.

    Als de kop van de lucifer goed en strak is ingepakt kan je de speld voorzichtig weghalen. Je kan hem bij de kop van de lucifer iets aanduwen, maar zorg dat de tunnel langs de lucifer mooi open blijft. De rest van het folie moet wel stak blijven zitten.

    Neem nu de paperclip en vouw de buitenste arm in een hoek van 45 graden. Dat wil zeggen dat de kleine lus op tafel kan liggen en de andere arm schuin naar boven wijst. Kijk anders op het plaatje op de homepage.

    Zoek nu een plekje buiten dat mooi glad is. Pas er op dat je niet op andere mensen of dieren richt en zorg dat je niet per ongeluk dingen in brand kan steken. Hier kan je de paperclip als lanceerplatform neerzetten.

    Als je de raket van lucifers op het lanceerplatform hebt gezet, kan je de kap met de aansteker verhitten. Zodra die heet genoeg is schiet je raket weg.

    Vragen:

    1. Hoe ver vloog je raket van lucifers?
    2. Als je meer aluminiumfolie gebruikt, wat gebeurt er dan met de raket?
    3. En wat gebeurt er als je minder aluminiumfolie gebruikt?
    4. Denk je dat je het lanceerplatform kan aanpassen? Hoe ver vliegt je raket dan?

    Meer weten?

    Je raket vliegt omdat er gas ontsnapt door de uitlaat die je met de speld hebt gemaakt. Doordat je de kop van de lucifer heet maakt, ontstaat daar gas. Dit gas kan niet ontsnappen. Als de druk groot genoeg is, ontsnapt het door de uitlaat. Hierdoor vliegt je raket weg. Een van de mensen die als eerste lang nadacht over de vraag waarom iets beweegt, was Isaac Newton.

    Mensen die met een raket naar de ruimte vliegen heten astronauten. In Nederland hebben we zelf geen raketten. Omdat we met andere landen samenwerken, zijn er inmiddels wel drie astronauten uit Nederland. Bij de Space Expo kan je daar nog veel meer over leren.

  • Zwaartekracht meten

    Zwaartekracht meten

    Hoeveel je weegt, hangt af van waar je staat. Op elke planeet in ons zonnestelsel weeg je anders, ook als je lijf niet veranderd. Dit komt omdat de zwaartekracht per planeet anders is. Zwaartekracht meten kan je ook zelf doen. In dit proefje gaan we de zwaartekracht meten door te onderzoeken wat iets op aarde weegt en hoeveel het dan weegt op de andere planeten van ons zonnestelsel.

    Nodig:zwaartekracht meten

    • 1 kg zand
    • handvol schroeven
    • 20 plastic bekers
    • digitale weegschaal
    • rol breed plakband
    • dikke stift

    Stappen:

    Zet 10 bekers naast elkaar. Zet de eerste beker op de weegschaal en reset de weegschaal zodat hij op 0 staat. Weeg nu 100 gram zand af in de beker. Haal hem van de weegschaal af en zet er een beker ondersteboven op. Plak de twee bekers nu met plakband op elkaar. Op de bovenkant schrijf je nu: Aarde.

    Zet nu de tweede beker op de weegschaal en reset hem weer. Dit moet je elke keer doen als je een beker vult. In de twee de beker weeg je 40 gram zand af. Je haalt hem daarna van de weegschaal en zet er een tweede beker ondersteboven op. Plak de twee bekers aan elkaar en schrijf de naam van de planeet op de bovenkant: Mercurius.

    Je kan deze stappen herhalen voor de volgende planeten.

    Hemellichaam Zand
    Mercurius 38 gram
    Venus 91 gram
    Aarde 100 gram
    Maan 20 gram
    Mars 38 gram
    Jupiter* 236 gram
    Saturnus 92 gram
    Uranus 89 gram
    Neptunus 112 gram
    Pluto 7 gram

    *Voor Jupiter kan de hoeveelheid zand een probleem zijn. Doe dan eerst een handje schroeven in de beker en dan zand. Je kan dit doen tot je het juiste gewicht hebt.

    Je hebt nu 8 planeten, een maan en een dwergplaneet. Je kunt nu van elke planeet voelen hoeveel 100 gram op aarde daar zou wegen.

    Vragen:

    1. Zet de planten in een volgorde van licht naar zwaar. Wat is dan de volgorde?
    2. Op dit plaatje kan je goed zien hoe groot de planeten en dwergplaneet zijn. Zet ze op volgorde van klein naar groot. Wat valt je op?

    Meer weten:

    De planeten die dichter bij de zon staan zijn van steen. De planeten die verder weg staan zijn wel veel groter, maar van gas. Omdat ze uit gas bestaan, trekt de zwaartekracht daar minder hard dan je misschien had gedacht.

    Bij de website van Wetenschap in Beeld staat een rekenmachine waarmee je kan berekenen hoeveel je zelf weegt op de verschillende planeten. Op de site van WikiKids kan je meer lezen over de verschillende planeten.

  • Ruimteposters

    Ruimteposters

    Geen proefje dit keer, maar toch iets dat we graag willen delen.

    NASA heeft een aantal kunstenaars gevraagd speciale posters te maken over de ontdekkingsreizen in de ruimtevaart. Op deze website kan je ze downloaden in groot en klein formaat.

  • Zweefvliegtuig vouwen

    Zweefvliegtuig vouwen

    We hebben bij Proefjes met Boefjes eerder een stuntvliegtuig gevouwen. In dit proefje gaan we weer vouwen en maken we een mooi zweefvliegtuig.

    zweefvliegtuig_450Nodig

    Stappen

    Als eerste moet je goed gaan meten. Het vliegtuig heeft namelijk een andere maat dan het standaard vel A4 papier. Als je met je liniaal en potlood een goede tekening hebt gemaakt, kan je hem met de schaar uitknippen.

    Je kan hem hierna door midden vouwen en weer terug vouwen. De rechter kant vouw je nu een keer dubbel. Daarna vouw je diezelfde rechterkant nog een keer dubbel. De rechterkant is nu uit vier laagjes papier.

    Vouw het vliegtuig nu nog een keer door midden en weer terug.Voor wat extra stevigheid maak je de rechterkant nu met een stukje plakband vast.

    Je kan het vliegtuig je nu met de dikkere voorkant een of twee keer
    over de rand van de tafel trekken. Als je dat doet komt er een beetje een golfje in het papier van voor (dikke kant) naar achter. Tot slot maak je voor een kleine knik in het midden.

    Pak het vliegtuig je nu tussen je duim en wijsvinger en duw hem de lucht in. Het gaat het beste als je net doet of het een dartpijl is.

    Vragen

    1. Welke kant van je vliegtuig is het zwaarst, de voorkant of de achterkant?
    2. Waar vliegt je vliegtuig heen?
    3. Hoe veel meter legt je vliegtuig af?
    4. Waarom denk je dat het zo ver komt?
    5. Als je vliegtuig geen golfje in het papier had, zou hij dan ook zo ver komen?

    Meer weten?

    Zelf vliegtuigjes bedenken en vouwen is heel erg leuk. Je leert er ook een hoop van over de manier waarop lucht beweegt. Als je niet wil vouwen, maar liever zaagt en plakt, kijk dan eens bij Checkpoint. Op Vliegtuigjevouwen.nl staan ook nog andere voorbeelden die je kan vouwen.

  • Ster met scharnieren

    Ster met scharnieren

    Je hebt natuurlijk wel eens een scharnier gezien. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om de deur te laten bewegen, of het stuur van je fiets. Ook je schouder, elleboog en knie zijn een soort van scharnieren. Maar weet je ook hoe een scharnier werkt? In dit proefje gaan we scharnieren maken en met die scharnieren een ster knutselen.

    Nodig:ster met scharnieren

    • 10 ijsstokjes
    • 15 splitpennen
    • stift of pen
    • liniaal
    • houtboortje

    Stappen:

    We gaan eerst gaten in de ijsstokjes boren. Dat kan met een handboor of met een elektrische boor. Zorg ervoor dat je een goed houtboortje gebruikt. Je mag niet op de boor duwen, dan splijt het hout. Dus rustig de boor het werk laten doen.

    Maak een stapeltje van je 10 ijsstokjes. Doe aan beide uiteinde een plakbandje zodat ze niet kunnen schuiven. Nu meet je met een liniaal 1 centimeter vanaf de linkerkant en zet je een stip. Meet vanaf de linkerzijkant 5 centimeter, zet ook hier een stip. Meet tot slot vanaf de rechterkant ook 1 centimeter en zet een stip. Boor nu alle drie de stippen uit met de houtboor.

    Neem nu 5 ijsstokjes en versier ze met de stift. Als je klaar bent met versieren, leg je het ijsstokje  op een leeg ijsstokje. Leg ze allebei met het middelst gaatje op elkaar en maak een X. De onderste benen zijn de korter dan de bovenste twee. Je kan door het middelste gaatje een splitpen duwen en ze vastmaken.

    Leg de 5 cruises op ten rij. Als het goed is zitten de versierde ijstokjes boven en lopen ze van linksboven naar rechtsonder. Maak vervolgens de kruisjes aan elkaar vast. Zorg dat de gekleurde ijsstokjes boven blijven. Ga door tot je ze allemaal aan elkaar hebt gemaakt en een soort trap krijgt.

    Draai de trap nu uit elkaar en maak de twee laatste eindjes aan elkaar. Je hebt nu een Ster van ijsstokjes.

    Vragen:

    1. Je hebt de gekleurde staafjes stede boven gehouden, waarom denk je dat dat is?
    2. Je ster heeft een aantal scharnierpunten, kan je tellen hoeveel?
    3. Wat denk je dat er gebeurt als je de scharnieren kleiner of groter maakt?

    Meer weten?

    Een ster maken van houtjes is heel leuk, maar weet jij waar een ster in de ruimte uit bestaat? Bij Wikikids hebben ze een heel leuk stukje geschreven over sterren en wat het eigenlijk zijn. Wil je niet lezen en verder knutselen? Dan kan ook! Bij onze vrienden van ESERO hebben ze een heel leuk pakker waarmee je de acht planten van ons zonnestelsel kan maken.

  • Waarom is de lucht blauw?

    Waarom is de lucht blauw?

    Waarom is de lucht blauw? Zit er een blauwe schil om de aarde? Is het de weerspiegeling van de zee? Het is een vraag die al heel lang en heel vaak gesteld is en die met een leuk proefje te beantwoorden is. Vandaag dus een antwoord op de vraag: “Waarom is de lucht blauw”

    NodigWaarom is de lucht blauw

    • glas van minimaal 250 cl.
    • water
    • melk
    • pipet
    • zaklamp

    Stappen

    Vul het glas met water. Het glas hoeft echt niet helemaal vol.

    Neem nu met je pipet een paar druppels melk. Laat ze in het glas water vallen zodat er een  beetje een witte waas in het glas ontstaat.

    Pak nu de zaklamp en maak de kamer donker. Als het niet echt donker wil worden, kan je ook een gang- of trapkast gebruiken, of de wc. Ze de zaklamp tegen de zijkant van het glas en doe hem aan. Kijk van bovenaf in het glas terwijl je de zaklamp van beneden naar boven over de zijkant van het glas schuift.

    Vragen

    1. Welke kleur zag je als de zaklamp onderin zit?
    2. Welke kleur zag je toen de zaklamp bijna boven was?
    3. Waardoor denk je dat dit verschilt?

    Meer weten

    De lucht om de aarde heen zit vol met waterdruppels en stofdeeltjes. Deze hele kleine deeltjes buigen het licht van de zon in de baan naar de aarde. Door deze afbuiging lijkt de lucht blauw. In het proefje dat je net hebt gedaan zorgt de melk voor de deeltjes die het licht van de zaklamp afbuigen.

    Overdag is de lucht blauw, maar in de avond kan hij heel mooi rood worden. Bij NEMO in Amsterdam weten ze precies waarom. In dit filmpje leggen ze precies uit hoe dat kan. Wil je nog meer weten over licht? Maak dan zelf een spectroscoop. Dat kan heel goed met de spullen van Ruimtevaart in de klas.

  • Sterrenbeelden herkennen

    Sterrenbeelden herkennen

    Als je wel eens naar de sterren kijkt weet je misschien dat er verschillende sterrenbeelden zijn. Maar kan jij ook sterrenbeelden herkennen? In dit proefje ga je zelf bestaande sterrenbeelden namaken en nieuwe sterrenbeelden bedenken. Het leukste is dat je dan overdag ook naar de sterren kan kijken.

    Nodig:sterrenbeelden herkennen

    Stappen:

    De sterrenbeeldkijker is makkelijk zelf te maken. We beginnen met de lege bus Pringles.

    Zet hem ondersteboven neer en maak met de spijker en de hamer een gat in de bodem. Zorg dat je mooi in het midden zit.

    Pak de vellen papier. Je kan het best werken met zwart papier, maar als je dat niet hebt is een andere donkere kleur (zoals blauw) ook goed.

    Neem de deksel van de bus en leg hem op het donkere papier. Trek er met het potlood een cirkel omheen en knip die uit. Doe dit een keer of 10, zodat je genoeg cirkels hebt voor de sterrenbeelden.

    Als je klaar bent met knippen leg je een cirkel onder het overzicht van sterrenbeelden. Leg ze precies onder het sterrenbeeld dat je wil gebruiken. Prik daarna met de spijker een gaatje in de ster van je sterrenbeeld. Je moet een gaatje maken in het overzicht en door het gekleurde papier. Zorg dat de twee papieren goed op elkaar blijven liggen, anders krijg je geen mooi sterrenbeeld. Schijf daarna met het potlood de naam van het sterrenbeeld op de achterkant.

    Als je alle sterrenbeelden gedaan hebt, kan je gaan kijken. Leg een gekleurd rondje in de deksel van de bus. Doe de deksel daarna weer op de bus. Het papier wordt nu door de randen van de bus vastgedrukt in de deksel. Het is soms handiger om de deksel en het papier op tafel te laten liggen en de bus erop te duwen. Probeer zelf wat je het beste vind werken.

    Hou de bus nu tegen het licht en kijk door het gaatje in de bodem. Je ziet nu het sterrenbeeld dat je zelf hebt gemaakt.

    Vragen:

    1. Bekijk alle sterrenbeelden een keer. Welke herken je al?
    2. De ster op het puntje van de Kleine Beer heet Poolster. Weet je waarom?
    3. Als je zelf een sterrenbeeld mocht bedenken, welke naam zou je het dan geven?
    4. Maak op een losse cirkel je zelf bedachte sterrenbeeld. Hoeveel sterren heeft die?

    Meer weten?

    De namen voor sterrenbeelden zijn al heel oud. Willem Wever heeft een keer uitgezocht waar die namen vandaan komen. Er zijn heel veel sterren. Er zijn er zelfs zoveel dat niemand ze allemaal kan tellen. Ook al zijn er ontelbaar veel sterren, er zijn maar 88 sterrenbeelden. Dat hebben we met elkaar afgesproken. Kuuke heeft een mooie lijst gemaakt van alle sterrenbeelden.

  • Planeten op een rij

    Planeten op een rij

    Wij wonen op de aarde. De aarde is de derde planeet van ons zonnestelsel. In totaal zijn er acht planeten die allemaal om de zon draaien. Eigenlijk staan alle planeten op een rij. Dit zijn: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus. Tussen al die planeten zit de ruimte. Heel veel ruimte. In dit proefje ga je een model maken van het zonnestelsel en zet je de planeten op een rij. Je gaat meten en zien wat de afstand is tussen de verschillende planeten.

    Nodig:planeten op een rij

    • stuk touw van 5 meter lang.
    • grote knoop of kraal (voor de zon)
    • 8 kleinere kralen (voor de planten)
    • meetlint
    • potlood
    • schaar
    • vel papier
    • plakband

    Stappen:

    De ruimte tussen de planten is in het echt heel groot. We gaan een model maken dat een stuk kleiner is. Dat heet een schaalmodel. De afstand tussen de planeten is zo groot dat we voor het schaalmodel gebruik maken van een rekensommetje. Elke centimeter touw is in het echt 10 miljoen kilometer. De planeten kunnen we niet zo klein maken. Als we dat wel doen worden ze zo groot als een korrel zout.

    Alle planeten hebben eigen kleur. Voor Mercurius kan je geel gebruiken en voor Venus oranje. De aarde is natuurlijk blauw en de planeet Mars ziet er rood uit. Jupiter en Saturnus zijn wat grotere planeten, dus je mag ook wat grotere kralen gebruiken. Jupiter ziet er oranje en bruin uit en Saturnus is beige. De grootte van Uranus en Neptunus zit tussen Jupiter en de Aarde in. Uranus is licht groen en Neptunus is blauw (of paars). Natuurlijk kan je ook je eigen kleuren gebruiken. Maak het lekker vrolijk.

    Als eerste maak je het centrum van het zonnestelsel vast: De zon. Het leukst is het als je een grote gele kraal of knoop kan gebruiken. Zorg dat hij goed vastzit.

    Het is belangrijk dat de zon goed vastzit. Als we de planten gaan vastmaken, meten we eerst de afstand. Dat doe je steeds vanaf de zon. Je meet dus (nog) niet de afstand tussen de planeten.

    Leg nu je meetlint langs het touw. Op 6 centimeter van de zon kan je de eerste kraal (een kleintje) vastmaken. Dit is Mercurius. In het echt ziet Mercurius er geel uit, dus gebruik een kleine gele kraal als je die hebt.

    Met Mercurius op z’n plek kan je oranje kraal gebruiken voor Venus. Je meet nu 11 centimeter vanaf de zon en knoopt de kraal vast. Voor de andere planeten neem je de volgende afstanden:

    Aarde 15 cm
    Mars 28 cm
    Jupiter 78 cm
    Saturnus 143 cm
    Uranus 287 cm
    Neptunus 450 cm

    Als je alle planeten op hun plek hebt vastgeknoopt, mag je ze een naam geven. Je schrijft met je potlood de naam van de planeet op je vel papier. Knip hier vervolgens kleine naamkaartjes van. De naamkaartjes kan je vervolgens bij de planeten plakken.

    Vragen:

    1. Als de planten hangen kan je narekenen wat de echte afstanden zijn. Op hoeveel miljoen kilometer staat de Aarde van de zon?
    2. En Mars en Neptunes?
    3. Pluto is geen planeet meer, maar een dwergplaneet. Als je Pluto ook op je touw wil knopen, hoeveel meter lang denk je dat je touw dan moet zijn?

    Meer weten?
    Je kunt heel veel meer leren over ons zonnestelsel door ernaar te kijken. Er zijn zelfs clubs en verenigingen voor kinderen die het leuk vinden om naar sterren en planten te kijken. De Jongerenwerkgroep voor sterrenkunde is zo´n club. Ze organiseren vaak leuke dingen over de ruimte.

    Wist je in de stad of een dorp veel minder sterren en planeten ziet dan buiten de stad? Als je op vakantie bent lijkt het soms of er veel meer sterren zijn. Onze vrienden van Het Klokhuis hebben onderzocht waarom dat is. Ze zijn daarvoor speciaal naar een van de grootste telescopen van de wereld gegaan.

  • Weekend van de Wetenschap

    Weekend van de Wetenschap

    Kom op 3 en 4 oktober naar het Weekend van de wetenschap. Het Weekend van de Wetenschap is het podium van de toekomst. Hier beleef je live wetenschap & technologie. Kom backstage bij bedrijven, instituten, universiteiten, kennisinstellingen en musea op meer dan 200 locaties in heel Nederland. Nieuwsgierige mensen kijken op www.hetweekendvandewetenschap.nl.

    Weekend van de WetenschapTijdens het Weekend van de Wetenschap kan je op meer dan 200 locaties een kijkje nemen terwijl dat normaal niet kan. Je mag bijvoorbeeld backstage bij het Douane Laboratorium of bij de Rotterdamse haven. Ook kunnen bezoekers bij ESA/ESTEC alleen gedurende dit weekend naar testruimtes die anders gesloten zijn voor publiek. Hier kun je testmodellen bekijken van satellieten die in de ruimte zijn geweest of misschien loop je wel een astronaut tegen het lijf.

    Bij wetenschapsmusea en science centra duiken de pop‐up wetenschappers op om te vertellen over hun ontdekkingen en om vragen te beantwoorden. Op locaties door heel Nederland zijn verschillende exclusieve activiteiten georganiseerd zoals experimenten, voorstellingen, lezingen en tentoonstellingen.

    Ontdek waar je allemaal binnen mag kijken op www.hetweekendvandewetenschap.nl.

     

     

  • Maak een luchtballon

    Maak een luchtballon

    Als het weer zonnig en helder is zie je vaak luchtballonnen voorbij zweven. Je kunt zelf ook een luchtballon maken. Er hoeven echt geen mensen in een mandje aan te hangen, maar het is wel leuk als hij heel hoof de lucht ingaat. In dit proefje maak je een luchtballon.

    Nodigeen luchtballon maken

    • 1 vuilniszak of grote plastic tas
    • föhn
    • touw
    • drinkrietjes
    • plakband
    • schaar

    Stappen
    Vraag eerst aan een volwassene of je de föhn mag gebruiken.

    Maak daarna met de drinkrietjes en plakband een mandje. Zorg dat er een boog is over het midden, zodat je hem straks aan de ballon vast kan maken. Maak een stuk touw vast aan de boog. Zorg wel dat er genoeg over is om straks vast te maken aan de luchtballon.

    Pak de föhn en je plastic zak of vuilniszak. Keer de zak om zodat de opening van de zak aan de onderkant zit en maak de opening met je hand klein. Steek de föhn in de kleine opening. Als je de zak goed vasthoud, is past de föhn precies.

    Zet de föhn aan en vul de luchtballon met lucht. Als hij begint te trekken kan je het mandje vastmaken en hem loslaten. Hop, hop en omhoog!

    Vragen

    1. Ging de luchtballon goed omhoog? Hoe hoog?
    2. Waarom denk je dat de hete lucht omhoog ging?
    3. Wat denk je dat er gebeurd als er meer of minder hete lucht in gaat?
    4. Heb je een foto? Stuur die dan via Twitter of Instagram!

    Meer weten?
    Luchtballonnen kan je nu best vaak zien. Maar vroeger niet. Je kunt hier meer lezen over de geschiedenis van de luchtballon en hoe de grote ballonnen in elkaar zitten. Wist je dat ook Thomas de Trein wel eens met een luchtballon is geweest? Een vader in Amerika heeft samen met zijn zoon dit filmpje gemaakt over de ruimtereis van Thomas.