Categorie: Biologie

  • Schelpen en zuur

    Schelpen en zuur

    In de schelpen in de zee wonen kleine dieren. De schelpen die je op het strand vindt zijn vaak al leeg. De schelpen zijn dan eigenlijk lege huisjes. Die huisjes zijn hard om het beetje dat er in woont te beschermen. Die bescherming werkt alleen als de omgeving niet te zuur is. In dit proefje gaan we schelpen onderzoeken en kijken wat er gebeurt in een zure omgeving.

    Nodig:schelpen en zuur

    • twee bekers
    • azijnzuur
    • water
    • zout
    • handvol schelpen
      Omdat we in dit proefje schelpen gaan vergelijken is het handig als er twee dezelfde schelpen tussen zitten.

    Stappen:

    Vul een beker voor de helft met azijnzuur. Vul de andere beker met water en doe er wat zout bij. Roer hierna goed zodat het zout is opgelost.

    Pak nu twee schelpen en doe in elke beker een schelp. Schijf op wat je ziet gebeuren in beide bekers. Zet de bekers daarna weg en wacht een dag (24 uur).

    Als je na 24 uur weer kijkt zie je verschillen tussen de twee schelpen.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als je de schelp in het azijnzuur doet?
    2. Welke verschillen zie je na 24 uur?
    3. Wat denk je dat het verschil veroorzaakt?

    Meer weten:

    Azijn is een mild zuur, maar wel wat zuurder dan het water in de zee. Omdat het wat zuurder is zie je al na een dag wat zuur met het kalk in de schelpen doet. Als de zee zuurder wordt, gebeurt dit ook met de schelpen in de zee, maar dan langzamer.

    Ben jij benieuwd naar de schelpen die je zelf hebt gevonden? Kijk dan eens in de Kustgids. Daar weten ze van bijna alle Nederlandse schelpen wel iets te vertellen. Wil je meer lezen en kijken over zuren? Dat kan ook. Kijk maar naar dit filmpje wat ze bij Klokhuis hebben gemaakt.

  • Dino’s in de onderbouw

    Dino’s in de onderbouw

    Een speciale les van Proefjes met Boefjes.  Deze keer was paleontoloog Juliën Lubeek mee om in de onderbouw te vertellen over dinosaurërs.

    Met echte fossielen, kleurplaten en mini-dino’s konden de kinderen onderzoeken en zelf aan de slag.

    Proefjes met Boefjes, een feest om te leren!

  • Weekend van de Wetenschap

    Weekend van de Wetenschap

    Kom op 3 en 4 oktober naar het Weekend van de wetenschap. Het Weekend van de Wetenschap is het podium van de toekomst. Hier beleef je live wetenschap & technologie. Kom backstage bij bedrijven, instituten, universiteiten, kennisinstellingen en musea op meer dan 200 locaties in heel Nederland. Nieuwsgierige mensen kijken op www.hetweekendvandewetenschap.nl.

    Weekend van de WetenschapTijdens het Weekend van de Wetenschap kan je op meer dan 200 locaties een kijkje nemen terwijl dat normaal niet kan. Je mag bijvoorbeeld backstage bij het Douane Laboratorium of bij de Rotterdamse haven. Ook kunnen bezoekers bij ESA/ESTEC alleen gedurende dit weekend naar testruimtes die anders gesloten zijn voor publiek. Hier kun je testmodellen bekijken van satellieten die in de ruimte zijn geweest of misschien loop je wel een astronaut tegen het lijf.

    Bij wetenschapsmusea en science centra duiken de pop‐up wetenschappers op om te vertellen over hun ontdekkingen en om vragen te beantwoorden. Op locaties door heel Nederland zijn verschillende exclusieve activiteiten georganiseerd zoals experimenten, voorstellingen, lezingen en tentoonstellingen.

    Ontdek waar je allemaal binnen mag kijken op www.hetweekendvandewetenschap.nl.

     

     

  • Welke kant is dominant?

    Welke kant is dominant?

    In je hoofd zitten je hersens. Je hersens sturen je lichaam aan. In dit proefje gaan we kijken hoe je hersens en je lichaam samenwerken. We gaan kijken welke kant van je lichaam dominant is door een aantal kleine testjes. Zo kan je bijvoorbeeld zien of je schrijft met je linker- of rechterhand. Met welke voet je schopt, welk oog er dominant is. Misschien gooi je wel met de ene kant van je lichaam, maar schop je met de andere. Tijd om die vragen te beantwoorden.

    Nodig:linkshandig rechtshandig dominant

    • pen of een potlood
    • schrijfblok of papier voor aantekeningen
    • koker of lege rol keukenpapier
    • beker met water
    • tennisbal

    Stappen:

    Neem een blad van je schijfblok. Voor elk proefje schrijf je op welk lichaamsdeel je test, je oog, hand of voet. Na elk proefje schijf je ‘links’ of ‘rechts’ op, afhankelijk van welke kant je gebruikt.

    Ogen
    We doen eerst drie proefjes met je ogen. Na elk proefje schrijf je op of je links of rechts gebruikt.

    1. Probeer eens te knipogen. Welk oog gebruik je?
    2. Pak de koker en zet hem voor je oog. Welk oog gebruik je als je door de koker kijkt?
    3. Strek nu je armen naar voren en maak een driehoek met je wijsvingers en duim. Schuif je handen over elkaar zodat de opening niet groter is dan een muntje van een euro.
      Blijf je armen strekken en kijk nu door het gaatje tussen je handen naar een klein voorwerp in de kamer. Probeer nu eerst alleen je linkeroog dicht te doen en daarna alleen je rechteroog. Als je zicht op het voorwerp veranderde toen je je linkeroog dichtdeed, schrijf je ´links´ op. Als je zicht veranderde toen je je rechter oog dicht deed, schrijf je rechts op.

    Handen en armen
    Nu zijn we klaar met je ogen en gaan we testen welke hand en arm er dominant zijn. Ook hier doen we weer drie proefjes.

    1. Welke hand gebruik je om te schijven? Links of rechts?
    2. Zie je de beker water staan? Pak hem op. Welke hand heb je nu gebruikt, links of rechts?
    3. Pak de bal en gooi hem weg. Welke hand heb je gebruikt om de bal weg te gooien?

    Voeten en benen
    Tot slot gaan we ook kijken naar je benen en voeten. We doen twee kleine proefjes om te kijken welk been er dominant is.

    1. Ren een stukje naar voren en spring omhoog. Welk been heb je gebruikt om af te zetten?
    2. Heb je die bal nog in de buurt? Leg hem voor je voet en geef er een schop tegen. Welke voet heb je nu gebruikt? Links of rechts?

    Kijk nu op je briefje. Heb je bij je oog, hand en voet het meest links of rechts opgeschreven? Verschilt dat nog per lichaamsdeel?

    Meer weten?

    Van alle mensen op de wereld gebruikt bijna 90% zijn rechterhand het liefst. Daar is al best wat onderzoek naar gedaan, maar wetenschappers weten nog niet precies waarom dat zo is.

    Niet iedereen die zijn rechterhand gebruikt, gebruikt ook zijn rechtervoet. Van alle mensen heeft 80% de voorkeur voor de rechtervoet. Bij ogen is die groep nog iets kleiner, want 70% van alle mensen heeft een dominant rechteroog. Het kan dus heel goed zijn dat je rechterhand dominant is, maar je linkervoet.

    Bij Willem Wever is er een filmpje waarin ze onderzoeken waarom mensen links- of rechtshandig zijn. Wist je trouwens dat er een speciale website is voor mensen die linkshandig zijn? Kijk maar eens op www.linkshandig.info.

  • Hoe groot zijn je longen?

    Hoe groot zijn je longen?

    Hoeveel lucht past er eigenlijk in je longen? Evenveel als in een tennisbal? Een voetbal? Misschien zelfs een basketbal? In dit proefje gaan we onderzoeken hoe groot je longen zijn. Dat gaan we meten door te onderzoeken hoeveel lucht er in je longen past.

    Nodig:

    • schone rubber slang
    • grote fles van 2 liter
    • plastic bak
    • water
    • stift

    Hoe groot zijn je longenStappen:

    Zet alle spullen bij elkaar. Kijk ook nog even goed of de slang schoon is. Je gaat er straks op blazen.

    Vul daarna de bak met ongeveer 10 centimeter water. Vul ook de fles met water. Zorg dat hij helemaal tot de rand gevuld is. Doe er daarna je hand op en draai hem om. Als je goed duwt, kan er geen water ontsnappen.

    Zet de fles nu ondersteboven in de bak met water. Pas als je de onderkant onderwater hebt, mag je je hand weghalen. Anders loopt hij alsnog leeg. Hou de fles met een hand vast en schuif met je andere hand een uiteinde van de slang in de fles.

    Haal nu diep adem. Blaas zoveel lucht als je kan in het slangetje. Je kan met een stift een streepje op de fles zetten tot waar de lucht is gekomen.

    Vul de fles weer en laat iemand anders blazen. Zet ook daar een streepje. Ga door tot iedereen geweest is.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er als je op het slangetje blaast?
    2. Hoeveel lucht zit er in de fles? Hoe denk je dat je dat kan meten?
    3. Hoeveel lucht zit er in je longen?
    4. Heeft iedereen evenveel lucht in z’n longen?

    Meer weten?

    Als je in het slangetje blaast, blaas je lucht uit je longen in de fles. Die lucht duwt het water uit de fles. Als je eerst diep hebt ingeademd en bent blijven blazen tot je echt niet meer kon, dan weet je nu ongeveer hoeveel lucht er in je longen past. Wil je meer lezen over je longen? Dan kan je dit stukje over longen lezen op de pagina van WikiKids. Bij het longfonds weten ze ook heel veel over longen. Ze hebben daar ook een filmpje gemaakt waarin ze laten zien hoe ze precies werken.

  • Smaken proeven

    Smaken proeven

    Met je oren kan je horen, met je neus kan je ruiken, maar wat kan je met je tong? Met je tong kan je proeven! Heel lang dachten mensen dat je met verschillende plekjes op je tong steeds andere dingen kan proeven. Maar nu weten ze dat niet meer zo zeker. In dit proefje dat je zelf onderzoeken welke smaken je met je tong proeft.

    Nodigsmaken proeven

    • 4 wattenstaafjes
    • 4 schoteltjes
    • 4 theelepels
    • 1 glas water
    • suiker
    • citroensap
    • koffie
    • zout

    Stappen
    Zet de suiker, citroensap, koffie en zout vast klaar. Doe met de theelepel een klein schepje op een schaaltje. Je hebt nu een schaaltje suiker, een schaaltje met citroensap, een schaaltje met wat koffie en een schaaltje met wat zout. De suiker is zoet, het citroensap zuur, de koffie bitter en het zout is zout.

    Pak het eerste wattenstaafje en haal hem door de suiker Zorg dat het er goed aan kleeft. Doe nu je mond open en tik met het wattenstaafje tegen de rechterkant van je tong. Doe dit daarna ook met de linkerkant van je tong, het puntje van je tong en achterop je tong. Ga daarna naar vraag 1.

    Als je klaar bent met vraag 1, kan je een slokje water nemen.

    Pak nu het tweede wattenstaafje en doop hem in het citroensap. Doe weer je mond open en ga met het wattenstaafje langs de vier delen van je tong: links, rechts, voor en achter. Geef daarna antwoord op vraag 2.

    Neem weer een slokje water en doe daarna het proefje weer met de koffie. Als je klaar bent met de koffie, ga je naar vraag 3.

    Voor je met het zout begint, neem je weer een slokje water. Je kan hierna met het wattenstaafje met zout over je tong gaan. Als je alle vier de delen van je tong hebt gehad, kan je vraag 4 beantwoorden.

    Als je klaar bent met het zout, drink dan de rest van het glas water leeg.

    Vragen

    1. Op welke deel van je tong smaakt de suiker het zoetst?
    2. Op welke deel van je tong smaakt de citroensap het zuurst?
    3. Op welke deel van je tong smaakt de koffie het bitterst?
    4. Op welke deel van je tong smaakt het zout het zoutst?

    Meer weten?
    De vier basissmaken zijn zoet, zuur, zout, bitter en umami. De eerste vier heb je net gehad. Op de website van WikiKids staat een overzicht van de verschillende smaken die er nu zijn.
    Er wordt gedacht dat er misschien meer basissmaken zijn. Onze vrienden van het wetenschapsblad Kijk, hebben een heel stuk over de smaak geschreven.

  • Zelf bacteriën kweken

    Zelf bacteriën kweken

    Weet je waarom je altijd voor het eten je handen moet wassen? Omdat er allemaal bacteriën opzitten. Bacteriën zijn zo klein dat je ze niet met het blote oog kan zien. Soms kan dat wel. In dit proefje leer je zelf een voedingsbodem maken en bacteriën kweken en gaan we kijken welke bacteriën er op je hand en in huis wonen.
    Voor dit proefje het maken van een voedingsbodem heb je wel de hulp van een volwassene nodig. Je moet namelijk werken met het fornuis in de keuken of de vlam van een bunsenbrander.

    Nodigbacteriën kweken

    • erlenmeyer van minimaal 100 ml
    • 100 ml water
    • 0,5 gram gistextract
    • 1 gram glucose
    • 1 gram eiwitpoeder
    • 1,5 gram agar
    • 5 petrischaaltjes van minimaal 20 ml
    • 5 wattenstaafjes
    • 1 dikke stift of marker

    Stappen
    Vul de erlenmeyer met 100 ml water. Weeg de gist, glucose, eiwitpoeder en agar goed af en voeg het toe aan het water in de erlenmeyer. Zet de erlenmeyer op het vuur en breng het geheel voorzichtig aan de kook. Als het kookt kan je het een paar minuten laten koken. Je kan hierna de erlenmeyer van het vuur halen en een beetje laten afkoelen. Niet teveel, want dan stolt de voedingsbodem in de erlenmeyer.

    Zet de 5 petrischaaltjes klaar met de deksel er op. Als de voedingsbodem is afgekoeld tot 55 graden (paar minuten) dan kan je de erlenmeyer beetpakken en haal je van het eerste petrischaaltje de deksel af en giet je er een mooie bodem in. Als je klaar bent doe je het dekseltje er weer op. Doe dit ook bij de andere 4 petrischaaltjes. Deksel er af, voedingsbodem gieten, deksel er op, volgende. Als je ze alle vijf gevuld hebt, kan je ze laten staan en verder laten afkoelen tot ze helemaal zijn afgekoeld. Je kan ze daarna in de koelkas zetten en wel 4 dagen bewaren.

    Als ze zijn afgekoeld. kan je in huis gaan zoeken naar sporen om bacteriën te kweken. Hiervoor heb je de wattenstaafjes nodig. bedenk 4 plekken in en om het huis waar je kan zoeken. Bijvoorbeeld de koelkast, de badkamer, je slaapkamer, de voordeur, de wc, je toetsenbord of de tuin.

    Zoek 4 plekken uit en neem een wattenstaafje mee. Wees wel voorzichtig dat je met je vingers niet het wattendeel aanraakt. Dan kommen er namelijk ook andere bacteriën op. Als je het wattenstaafje langs een plekje haalt waarvan jij denkt dat er bacteriën zitten, kan je gaan onderzoeken. Je neemt het wattenstaafje mee naar de voedingsbodem en wrijft een paar keer over de voedingsbodem. Niet te hard, want dan gaat de bodem kapot.

    Zet nu het dekseltje er weer op en schrijf met de dikke stift waar je de bacteriën gevonden hebt. Als je er vier gedaan hebt, is er nog 1 petrischaaltje over. Druk met twee vingers zachtjes aan de linkerkant in de voedingsbodem. Was je handen goed met zeep en duw nu twee gewassen vingers rechts in de voedingsbodem. Doe de deksel er weer op en schijf op: “vingers”.

    Zet de bakjes nu ergens in de schaduw. Ze moeten natuurlijk niet te veel in de weg staan, maar je moet ze ook niet vergeten. Je kan ze een week laten staan. Als je na een week weer bekijkt, zal je zien dat er bacteriën kweken.

    LET OP
    Als er eenmaal bacteriën kweken, mag je de petrischaaltjes niet meer open maken en al helemaal niet met je handen aan de bacteriën zitten. Als je ze bekeken hebt en de vragen hebt beantwoord, gooi je de bakjes, zonder ze open te maken, in de prullenbak.

    Vragen

    1. Zet de bakjes op volgorde van veel bacteriën naar weinig. Welk van de 5 petrischaaltjes heeft de meeste bacteriën?
    2. Waar heb je de bacteriën gevonden?
    3. Waarom denk je dat er veel bacteriën op die plek wonen?
    4. Kijk eens naar je vingerafdrukken. Wat is het verschil tussen de gewone vingerafdrukken en die van je gewassen handen?
    5. Waarom denk je dat je je handen moet wassen als je naar de wc bent geweest, of voordat je gaat eten?

    Meer weten?
    In een bakje wonen maar een paar bacteriën. Bij Micropia in Amsterdam hebben ze heel veel onzichtbare microben. Maar het leuke is dat je ze daar wel kan zien. Als je wil zien hoe de bacteriën groeien, kan je een kijken naar dit filmpje van SchoolTV. Daarin laten ze zien hoe bacteriën en schimmels je eten opeten.

    Als je klaar bent met bacteriën kweken, kan je ze ook met de microscoop bekijken. In het proefje leven in de sloot leer je de eerste stappen van het werken met een microscoop. Naast diertjes uit de sloot kan je met de microscoop ook goed bacteriën onderzoeken.

  • Maak een bijenhotel

    Maak een bijenhotel

    Bijen zijn superbelangrijk voor de tuin. Ze helpen met het bestuiven van planten en bloemen. Om te zorgen dat bijen kunnen uitrusten na het harde werken, kan je een bijenhotel maken. Het is een leuk biologieproefje waarbij je meer over bijen leert en ook nog eens lekker kan knutselen.

    Nodigmaak een bijenhotel

    • blok hout
    • potlood
    • boormachine
    • verschillende diktes houtboortjes
    • kompas

    Stappen
    Als je een mooi plek in de tuin gevonden hebt, kan je aan de slag. Zorg wel dat je een plekje hebt dat vlakbij bloemen of planten staat die nectar en stuifmeel hebben. Als een bij niet in de buurt van het bijenhotel kan eten, komen ze natuurlijk ook niet slapen. Let ook op dat je de opening naar het zuiden kan richten. Gebruik hiervoor het kompas.

    Pak je blok en kijk goed wat de voorkant moet worden. Als je dat weet, kan je met je potlood wat rondjes tekenen. Zorg dat ze een beetje uit elkaar liggen. Het hoeft niet heel netjes op een rij, zet een rondje neer waar je het zelf leuk vindt. Het is jouw bijenhotel, dus je mag zelf bedenken hoe het er uit gaat zien.

    Leg het blok neer en pak de boormachine. Misschien moet iemand je hier even bij helpen. Zorg in ieder geval altijd dat de stekker er uit is als je de boortjes vervangt.
    Kies een boortje uit (niet te dun) en kies een paar rondjes op het blok om uit te boren. Als je er een paar gedaan hebt, kan je met een ander boortje (dikker of dunner) nog wat rondjes doen. Zo ga je door tot je een vrolijk bijenhotel maakt met dikke en dunne gaatjes.

    Ze het blok nu op de plek je hebt uitgezocht. Je kan hem natuurlijk ook ophangen of er een paal aan vast timmeren. Als je een goede plek hebt uitgezocht voor je bijenhotel komen de bijen vanzelf bij je langs.

    Meer weten?
    Bijen zijn er in heel veel soorten en maten. Op de website van de Nederlandse Bijen kan je precies vinden welke er bij jouw in de buurt wonen en van welke bloemen ze houden. Dat is echt heel handig als je graag bijen in je bijenhotel wil hebben.
    Er zijn in Nederland heel veel mensen die bijen houden als hobby. Mensen die bijen houden heten imkers en ze zitten echt over het hele land verspreid. Als je een keer bij een imker wil kijken kan dat meestal wel. Op de imker-website kan je zien waar er in jouw buurt imkers werken en bijen wonen.

  • Vlindertelling 2015

    Vlindertelling 2015

    Vlinders tellen in de zomervakantie? Doe op 1 en 2 augustus mee met de Vlindertelling 2015 van De Vlinderstichting. Wist je dat er in elke tuin wel vlinders wonen. Hele grote kleurige, maar ook hele kleine grijze. Die kan je allemaal tellen. Omdat er in de zomer de meeste vlinders zijn, is dan het beste telmoment.

    Nodigvlindertelling 2015

    Stappen

    Loop als de zon lekker schijnt een rondje door de tuin of een park in de buurt. Meestal heb je aan 15 minuten wel genoeg. Zet bij elke vlinder op die ziet een streepje, Als je meer vlinders van dezelfde soort ziet, zet je meer streepjes.

    Vragen

    Vlinders tellen is leuk, maar je moet het nog wel even doorgeven. Dat kan op 2 manieren.

    1. Ga naar www.vlindermee.nl en geef je telling daar door.
    2. Maak gebruik van de vlindermee-app voor Iphone of voor Android.

    Meer weten?
    Wil je meer weten over de vlinders in Nederland? Kijk dan eens bij de Vlinderfans van Vlindernet. Zij weten heel veel over alle vlinders die in Nederland rondvliegen. Wil je weten welke vlinders er in je eigen buurt het meest gevonden worden? Kijk dan naar het resultaat van de Vlindertelling 2015.

  • Proefjes met Boefjes

    Proefjes met Boefjes

    Een feest om te leren!

    Kinderen zitten vol met vragen en ideeën. Proefjes met Boefjes stelt vragen én beantwoordt die. Wij helpen kinderen kritisch te kijken en geven ruimte aan hun eigen ideeën.

    Proefjes met Boefjes daagt kinderen uit om zelf na te denken over de wereld om hen heen. Door interessante, spannende en verrassende proefjes te doen leren zij hoe techniek werkt en wat er achter zit.

    Met veel verschillende proefjes op het gebied van biologie, natuurkunde, scheikunde en ruimtevaart is er voor elk kind wel iets te ontdekken.

    Kom spelen en leren: Proefjes met Boefjes!