Categorie: Natuurkunde

  • Poollicht tekenen

    Poollicht tekenen

    Ben je ooit in de buurt geweest van de Noordpool of de Zuidpool? Dan heb je vast ’s nachts het poollicht gezien. Het poollicht heeft verschillende kleuren. In dit proefje gaan we zelf het poollicht tekenen met pastelkrijt.

    Nodig:Poollicht tekenen

    Stappen:
    Het poollicht heeft een aantal vaste kleuren. De kleuren van het poollicht zijn rood, groen en blauw. Soms vermengen de kleuren zich in de lucht. Daardoor kan je ook geel en roze zien. Zoek deze kleuren pastelkrijt uit. De andere krijtjes kan je in het doosje laten zitten.

    Pak nu je schaar en knip langs het lijntje van het poollicht model. Als je liever je eigen golflijntje maakt mag dat natuurlijk ook. Voor de golven van het poollicht tekenen we het liefs langs de lijn van een model.

    Leg je poollicht model nu op het vel zwart papier. Pak een pastelkrijtje en teken op het poollicht model langs de golflijn. Ga een paar keer heen en weer zodat je een mooie dikke kleurlaag. Het geeft niets als er ook wat kleur op het zwarte papier komt.

    Druk je poollicht model nu met een hand op het papier en veeg met je ander hand het pastelkrijt omhoog. Op deze manier krijg je gekleurde vegen op het zwarte papier. Je kan nu nog een keer met andere kleuren op je model tekenen en het met keukenpapier uitsmeren. Je mag zelf weten hoeveel kleur je wil gebruiken.

    Als je nu het poollicht model optilt, zie je een kleurrijke golf over je zwarte papier lopen.

    Je kan nu met je poollicht model op nog een paar plekken een golven maken. Dat doe je door de stappen hierboven te herhalen. Eerst met pastelkrijt op je poollicht model tekenen en daarna uitsmeren met keukenpapier. Wil je een ander poollicht tekenen? Dan kan je het poollicht model ook omdraaien, dan krijg je een iets andere golf. Je kan het poollicht model ook schuin op je tekenvel leggen.

    Als je klaar bent heb je een mooie tekening van het poollicht.

    Meer weten?
    De kleuren van het poollicht komen door een reactie van de atomen in de atmosfeer van de aarde met de energie van de zon. De rode kleur komt van de reactie met zuurstof in onze lucht. De groene en blauwe kleuren komen door een reactie met de stikstof in onze atmosfeer.
    Wil je weten hoe dat precies werkt? Kijk dan eens bij onze vriend Bommeltje die dat heel precies kan uitleggen.

    Ook in Nederland kan je een paar keer per jaar het poollicht zien. Op de website van poollicht.info kan je zien waar en wanneer de kans het grootst is. Ze hebben daar ook mooie foto’s van het poollicht.

  • Proefjes op Instagram

    Proefjes op Instagram

    maak een raketVolg Proefjes met Boefjes ook op Instgram. Hier krijg je bijna dagelijks updates van leuke projecten, spannende proefjes en grappige feitjes. Kijk voor ons profiel op instagram.com/proefjesmetboefjes.

    We delen via Instagram proefjes, workshops en andere leuke dingen. Heb je zelf ook proefjes gedaan of gebruik je proefjes van onze website. Dan vinden we het leuk als je ons een mention geeft of de hashtag #proefjesmetboefjes gebruikt.

    Je kan de app voor Instagram downloaden in de Apple Appstore of bij Google Play.

     

     

  • Aardlagen ontdekken

    Aardlagen ontdekken

    Hoe ziet de grond onder je voeten er eigenlijk uit? Heb je daar ooit over nagedacht? In dit proefje gaan we verschillende aardlagen ontdekken.

    Nodig:aardlagen ontdekken

    • grote glazen pot met deksel
    • schepje
    • aarde
    • zand
    • grind (of kleine kiezelsteentjes)
    • water

    Stappen:

    Misschien moet je even zoeken naar een goede plek om wat aarde te graven. Als je een plekje gevonden hebt, neem dan een schep vol en doe hem in de pot. Graaf dan nog een beetje in je gat, maar leg de aarde apart. Drie of vier keer scheppen is genoeg. Neem nu nog een schepje aarde en doe die ook in de pot. Je kan het gat weer dichtmaken met de aarde die je apart hebt gelegd.

    Doe er hierna ook een schep zand bij. Zand uit de zandbak is prima. Doe er daarna ook nog een halve schep grind bij.

    Schenk nu water in de pot. Er moet genoeg water in de pot om de aarde, het zand en het grind te bedekken. Als er genoeg water in de pot zit, doe je de deksel er stevig op. Schommel de pot nu voorzichtig heen en weer zodat de inhoud een beetje mengt.

    Haal de deksel er nu weer af en zet de pot ergens neer waar hij niet kan omvallen. Je moet hem nu een hele dag laten staan. Je kan een dag later terugkomen om te kijken wat er is gebeurt.

    Vragen:

    1. Wat zie je in de pot als je er net water bij hebt gedaan?
    2. Wat zie je na een dag wachten?
    3. Kan je verschillende aardlagen ontdekken in de pot?
    4. Hebben de lagen ook verschillende kleuren?
    5. Op welke plek zit het grind nu?
    6. Drijft er iets op het water?

    Meer weten?
    Er zit aarde, zand, grind en water in de pot. Omdat je eerst zachtjes hebt geschud is het een beetje gemixt. Maar omdat het daarna kon rusten, hebben zich verschillende laagjes gevormd. De onderste laag heeft de grootste dichtheid en wordt opgevuld met kleine stukjes. De tweede laag van onder herken je waarschijnlijk als de aarde die je hebt opgegraven.

    De Aarde bestaat ook uit allemaal laagjes. Op de website van Geologie van Nederland kan je verschillende aardlagen ontdekken. Je kan daar zien welk laagje uit welke tijd komt. Zo is er een aardlaag uit de tijd van de dinosauriërs, maar ook eentje uit de tijd van de mammoet. Meer weten over de Aarde? Ga dan ook een keertje langs bij Naturalis in Leiden. Daar is de zaal Aarde onderdeel van de vaste tentoonstelling.

  • Zonneoven maken

    Zonneoven maken

    Je weet misschien wel wat zonnepanelen zijn, maar ken je ook de zonneoven? Zonnepanelen zetten zonlicht om in elektriciteit. De zonneoven kan zonlicht gebruiken om iets te verwarmen. In dit proefje leer je zelf een zonneoven maken. Maar dat is niet alles, je leert ook nog wat over warmteopname en isolatie.

    Nodig:zonneoven maken

    • pizza doos (via de lokale pizzeria)
    • schaar (of stanleymes)
    • aluminiumfolie
    • vershoudfolie
    • plakband
    • zwart karton of dik papier
    • kranten
    • liniaal
    • thermometer
    • satéprikker

    Stappen:

    Zet de pizzadoos voor je neer met de opening naar je toe. Knip of snij nu een deksel in de deksel. Zorg dat je aan alle kanten een rand van 1 of 2 centimeter over houd. Als je dat met het stanleymes doet, vraag dan hulp van een volwassene en snij altijd van je af. Het deksel moet wel aan een kant vast blijven zitten, dus knip maar 3 kanten open. Doe de pizzadoos dicht, maar vouw het nieuwe klepje omhoog.

    Je kan de binnenkant van de klep nu netjes bedekken met aluminiumfolie. Het makkelijkste is om hem kan je de aluminiumfolie strak om het klepje heen trekken en aan de achterkant vastplakken met plakband. Hoe strakker hij bedekt is, hoe beter de zonneoven bakt.

    Pak nu het vershoudfolie en maak het gat in de deksel luchtdicht. Zorg voor een dubbele laag vershoudfolie en plak het goed vast. Let er op dat de doos nog wel open moet kunnen. Als je klaar bent heb je een raam waardoor je in de doos kan kijken.

    Doe de hele deksel nu omhoog en bedek de bodem van de doos met zwart papier. Dit is de bodem van je oven. Zorg dat hij goed is bedekt.

    Om de hitte straks binnen te houden gaan we de oven ook isoleren. Dat doen we met de kranten. Maak van een paar pagina’s krantenpapier een rol en plak die dicht. Leg ze daarna aan de binnenkant tegen de rand van de doos. Plak ze op hun plaats met het plakband. Het is belangrijk dat de deksel nog wel dicht kan, maar dat de kranten zorgen dat er weinig of geen lucht kan ontsnappen.

    Als je klaar bent kan je de zonneoven buiten in de zon zetten. Dat kan je natuurlijk het beste doen als de zon goed hoog staat, tussen 11:00 en 15:00 uur. Ze de oven op een zonnige plek en zet de klep met aluminiumfolie zo open dat het zonlicht de doos in kaatst. Je kan een satéprikker gebruiken om hem in de juiste hoek te zetten.
    Als je de hele doos schuin wil zetten, kan je er een blokje of opgerolde handdoek onder leggen.

    Je oven is nu klaar voor gebruik! Je kan er toast in maken met wat brood en boter of knakworstjes in verwarmen of kaas in laten smelten voor tosti’s. Leg voordat je de deksel dichtdoet wel een thermometer in de doos, dan kan je zien hoe warm het binnen is.

    Als je de bodem schoon wil houden, kan je eten het beste op een glazen of doorzichtig bord leggen.

    Vragen:

    1. Waardoor denk je dat de oven warm wordt?
    2. Waarom denk je dat de binnenkant met zwart papier bedekt is?
    3. Hoe warm wordt het in je oven?
    4. Hoe lang duurt het voor je knakworstjes klaar waren?

    Meer weten?

    Dat de zon de aarde verwarmt wist je natuurlijk al. Maar wist je ook dat je op school gebruik kan maken van zonnepanelen voor stroom? Kijk maar eens op Van zon krijg je energie en leer hoe jouw school mee kan doen. Je kan trouwens nog veel meer doen met al het licht van de zon. Bij het klokhuis hebben ze een heel leuk filmpje over Zonne-energie.

  • Raket van lucifers

    Raket van lucifers

    Zelf raketten maken is een van de leukste dingen om te doen. Soms in het groot, maar deze keer in het klein. In dit proefje maak je een kleine raket van lucifers die met een knal worden afgeschoten.

    Nodig:raket van lucifers

    • aluminiumfolie
    • 10 lucifers
    • speld of naald
    • paperclip
    • aansteker
    • schaar

    Stappen:

    We gaan een proefje doen met vuur. Het is daarom belangrijk dat je dit buiten doet en samen met een volwassen iemand.

    Pak het aluminiumfolie en knip een rechthoek van ongeveer 2 bij 3 centimeters uit. Leg het stukje aluminiumfolie dwars voor je op tafel. Pak nu een lucifer en leg hem in het midden van het stukje aluminiumfolie. Zorg dat de kop van de lucifer precies op de helft ligt tussen de boven- en onderkant en in het midden van links en rechts.

    Vouw nu de bovenste helft van het aluminiumfolie over de lucifer. Strijk hem goed aan zodat er geen vouwen meer in zitten. Er mogen ook geen luchtbelletjes blijven zitten.

    Duw nu voorzichtig de speld langs de lucifer. Strijk het aluminiumfolie weer aan zodat de lucifer met de spel strak is ingepakt. Rol het aluminiumfolie nu voorzichtig om de lucifer heen. Doe dit zo strak als je maar kan.

    Als de kop van de lucifer goed en strak is ingepakt kan je de speld voorzichtig weghalen. Je kan hem bij de kop van de lucifer iets aanduwen, maar zorg dat de tunnel langs de lucifer mooi open blijft. De rest van het folie moet wel stak blijven zitten.

    Neem nu de paperclip en vouw de buitenste arm in een hoek van 45 graden. Dat wil zeggen dat de kleine lus op tafel kan liggen en de andere arm schuin naar boven wijst. Kijk anders op het plaatje op de homepage.

    Zoek nu een plekje buiten dat mooi glad is. Pas er op dat je niet op andere mensen of dieren richt en zorg dat je niet per ongeluk dingen in brand kan steken. Hier kan je de paperclip als lanceerplatform neerzetten.

    Als je de raket van lucifers op het lanceerplatform hebt gezet, kan je de kap met de aansteker verhitten. Zodra die heet genoeg is schiet je raket weg.

    Vragen:

    1. Hoe ver vloog je raket van lucifers?
    2. Als je meer aluminiumfolie gebruikt, wat gebeurt er dan met de raket?
    3. En wat gebeurt er als je minder aluminiumfolie gebruikt?
    4. Denk je dat je het lanceerplatform kan aanpassen? Hoe ver vliegt je raket dan?

    Meer weten?

    Je raket vliegt omdat er gas ontsnapt door de uitlaat die je met de speld hebt gemaakt. Doordat je de kop van de lucifer heet maakt, ontstaat daar gas. Dit gas kan niet ontsnappen. Als de druk groot genoeg is, ontsnapt het door de uitlaat. Hierdoor vliegt je raket weg. Een van de mensen die als eerste lang nadacht over de vraag waarom iets beweegt, was Isaac Newton.

    Mensen die met een raket naar de ruimte vliegen heten astronauten. In Nederland hebben we zelf geen raketten. Omdat we met andere landen samenwerken, zijn er inmiddels wel drie astronauten uit Nederland. Bij de Space Expo kan je daar nog veel meer over leren.

  • Brug bouwen

    Brug bouwen

    Met welke vorm bouw je het best een brug? Een brug moet sterk genoeg zijn om over te lopen of rijden, maar niet zo zwaar dat hij instort. Bij het maken van een brug gaat het daarom niet alleen om de spullen waarmee je bouwt, maar ook over de vorm. In dit proefje ga je zelf een brug bouwen en vouwen.

    Nodig:brug bouwen

    • 4 dikke boeken
    • 10 vellen A4 papier
    • plakband
    • liniaal

    Stappen:

    Maak twee stapels van de boeken. Zorg dat ze ongeveer even hoog zijn. Heb je geen boeken bij de hand, dan kan je ook een stapel maken van dvd’s, de doosjes van een spel, je lunchtrommel. Als je maar twee stapels hebt die ongeveer even hoog zijn. Als je twee stapels hebt, leg je ze een stuk uit elkaar. Ongeveer 50 centimeter is prima.

    Leg nu twee vellen papier naast elkaar. Zorg dat de twee vellen met het smalle deel iets over elkaar heen liggen. Een centimeter is prima. Plak daarna met het plakband de twee stukken aan elkaar. Zorg dat je aan beide kanten plakt.

    Als je dit een keer gedaan hebt, kan je dat nog een keer doen bij de andere vellen. Uiteindelijk heb je dan 5 lange vellen papier. Van deze lange vellen papier gaan we straks de brug bouwen.

    De eerste brug kan je bouwen door het lange vel papier tussen je twee stapels te leggen. Leg hem zo neer dat de uiteinden aan beide kanten op een stapel rusten. Zorg dat de uiteinden ongeveer 1 centimeter steun hebben van de stapel.

    Je kunt nu een tweede brug bouwen. Rol een vel papier in de breedte zodat je een mooie lange ronde koker hebt. Gebruik wat plakband om hem vast te plakken. Leg je koker nu ook op de twee stapels. Laat ook hier de uiteinden ongeveer 1 centimeter op de stapel steunen.

    De derde brug kan je in een W-vorm vouwen. Als je dan van de korte kant kijkt, lijkt het net de letter W. Je kunt dat het makkelijkste doen door het papier eerst in de breedte doormidden te vouwen en dan beide nog een keer dubbel te vouwen. Zet hem daarna op de steunen.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er met de eerste brug? Blijft hij stevig staan of zakt hij door?
    2. De tweede brug heeft de vorm van een koker. Blijft deze stevig staan of zakt hij door?
    3. Brug nummer drie, de W. Blijft deze brug stevig staan of zakt hij door?
    4.  Welke van de drie bruggen blijft het beste staan en welke stort het eerste in?
    5. Je kunt nog twee bruggen maken met een eigen ontwerp. Welke vorm kies je dan en hoe goed blijven ze staan?
    6. Als je een paar muntjes midden op de brug legt, welke blijft er dan het langste staan.

    Meer weten:

    Je zal nu ontdekt hebben dat sommige papieren bruggen sneller doorzakken en dat andere vormen stijver zijn en een beter brug maken. Als je om je heen kijkt zie je dat misschien ook terug bij de poten van stoelen en tafels.

    Wil je meer weten over het bouwen van bruggen? Bekijk dan ook dit filmpje van Willem Wever. Voor extra steun hebben sommige bruggen ook extra hulp. Bij SchoolTV hebben ze daar een leuk filmpje over.

     

  • Zwaartekracht meten

    Zwaartekracht meten

    Hoeveel je weegt, hangt af van waar je staat. Op elke planeet in ons zonnestelsel weeg je anders, ook als je lijf niet veranderd. Dit komt omdat de zwaartekracht per planeet anders is. Zwaartekracht meten kan je ook zelf doen. In dit proefje gaan we de zwaartekracht meten door te onderzoeken wat iets op aarde weegt en hoeveel het dan weegt op de andere planeten van ons zonnestelsel.

    Nodig:zwaartekracht meten

    • 1 kg zand
    • handvol schroeven
    • 20 plastic bekers
    • digitale weegschaal
    • rol breed plakband
    • dikke stift

    Stappen:

    Zet 10 bekers naast elkaar. Zet de eerste beker op de weegschaal en reset de weegschaal zodat hij op 0 staat. Weeg nu 100 gram zand af in de beker. Haal hem van de weegschaal af en zet er een beker ondersteboven op. Plak de twee bekers nu met plakband op elkaar. Op de bovenkant schrijf je nu: Aarde.

    Zet nu de tweede beker op de weegschaal en reset hem weer. Dit moet je elke keer doen als je een beker vult. In de twee de beker weeg je 40 gram zand af. Je haalt hem daarna van de weegschaal en zet er een tweede beker ondersteboven op. Plak de twee bekers aan elkaar en schrijf de naam van de planeet op de bovenkant: Mercurius.

    Je kan deze stappen herhalen voor de volgende planeten.

    Hemellichaam Zand
    Mercurius 38 gram
    Venus 91 gram
    Aarde 100 gram
    Maan 20 gram
    Mars 38 gram
    Jupiter* 236 gram
    Saturnus 92 gram
    Uranus 89 gram
    Neptunus 112 gram
    Pluto 7 gram

    *Voor Jupiter kan de hoeveelheid zand een probleem zijn. Doe dan eerst een handje schroeven in de beker en dan zand. Je kan dit doen tot je het juiste gewicht hebt.

    Je hebt nu 8 planeten, een maan en een dwergplaneet. Je kunt nu van elke planeet voelen hoeveel 100 gram op aarde daar zou wegen.

    Vragen:

    1. Zet de planten in een volgorde van licht naar zwaar. Wat is dan de volgorde?
    2. Op dit plaatje kan je goed zien hoe groot de planeten en dwergplaneet zijn. Zet ze op volgorde van klein naar groot. Wat valt je op?

    Meer weten:

    De planeten die dichter bij de zon staan zijn van steen. De planeten die verder weg staan zijn wel veel groter, maar van gas. Omdat ze uit gas bestaan, trekt de zwaartekracht daar minder hard dan je misschien had gedacht.

    Bij de website van Wetenschap in Beeld staat een rekenmachine waarmee je kan berekenen hoeveel je zelf weegt op de verschillende planeten. Op de site van WikiKids kan je meer lezen over de verschillende planeten.

  • Zweefvliegtuig vouwen

    Zweefvliegtuig vouwen

    We hebben bij Proefjes met Boefjes eerder een stuntvliegtuig gevouwen. In dit proefje gaan we weer vouwen en maken we een mooi zweefvliegtuig.

    zweefvliegtuig_450Nodig

    Stappen

    Als eerste moet je goed gaan meten. Het vliegtuig heeft namelijk een andere maat dan het standaard vel A4 papier. Als je met je liniaal en potlood een goede tekening hebt gemaakt, kan je hem met de schaar uitknippen.

    Je kan hem hierna door midden vouwen en weer terug vouwen. De rechter kant vouw je nu een keer dubbel. Daarna vouw je diezelfde rechterkant nog een keer dubbel. De rechterkant is nu uit vier laagjes papier.

    Vouw het vliegtuig nu nog een keer door midden en weer terug.Voor wat extra stevigheid maak je de rechterkant nu met een stukje plakband vast.

    Je kan het vliegtuig je nu met de dikkere voorkant een of twee keer
    over de rand van de tafel trekken. Als je dat doet komt er een beetje een golfje in het papier van voor (dikke kant) naar achter. Tot slot maak je voor een kleine knik in het midden.

    Pak het vliegtuig je nu tussen je duim en wijsvinger en duw hem de lucht in. Het gaat het beste als je net doet of het een dartpijl is.

    Vragen

    1. Welke kant van je vliegtuig is het zwaarst, de voorkant of de achterkant?
    2. Waar vliegt je vliegtuig heen?
    3. Hoe veel meter legt je vliegtuig af?
    4. Waarom denk je dat het zo ver komt?
    5. Als je vliegtuig geen golfje in het papier had, zou hij dan ook zo ver komen?

    Meer weten?

    Zelf vliegtuigjes bedenken en vouwen is heel erg leuk. Je leert er ook een hoop van over de manier waarop lucht beweegt. Als je niet wil vouwen, maar liever zaagt en plakt, kijk dan eens bij Checkpoint. Op Vliegtuigjevouwen.nl staan ook nog andere voorbeelden die je kan vouwen.

  • Ster met scharnieren

    Ster met scharnieren

    Je hebt natuurlijk wel eens een scharnier gezien. Ze worden bijvoorbeeld gebruikt om de deur te laten bewegen, of het stuur van je fiets. Ook je schouder, elleboog en knie zijn een soort van scharnieren. Maar weet je ook hoe een scharnier werkt? In dit proefje gaan we scharnieren maken en met die scharnieren een ster knutselen.

    Nodig:ster met scharnieren

    • 10 ijsstokjes
    • 15 splitpennen
    • stift of pen
    • liniaal
    • houtboortje

    Stappen:

    We gaan eerst gaten in de ijsstokjes boren. Dat kan met een handboor of met een elektrische boor. Zorg ervoor dat je een goed houtboortje gebruikt. Je mag niet op de boor duwen, dan splijt het hout. Dus rustig de boor het werk laten doen.

    Maak een stapeltje van je 10 ijsstokjes. Doe aan beide uiteinde een plakbandje zodat ze niet kunnen schuiven. Nu meet je met een liniaal 1 centimeter vanaf de linkerkant en zet je een stip. Meet vanaf de linkerzijkant 5 centimeter, zet ook hier een stip. Meet tot slot vanaf de rechterkant ook 1 centimeter en zet een stip. Boor nu alle drie de stippen uit met de houtboor.

    Neem nu 5 ijsstokjes en versier ze met de stift. Als je klaar bent met versieren, leg je het ijsstokje  op een leeg ijsstokje. Leg ze allebei met het middelst gaatje op elkaar en maak een X. De onderste benen zijn de korter dan de bovenste twee. Je kan door het middelste gaatje een splitpen duwen en ze vastmaken.

    Leg de 5 cruises op ten rij. Als het goed is zitten de versierde ijstokjes boven en lopen ze van linksboven naar rechtsonder. Maak vervolgens de kruisjes aan elkaar vast. Zorg dat de gekleurde ijsstokjes boven blijven. Ga door tot je ze allemaal aan elkaar hebt gemaakt en een soort trap krijgt.

    Draai de trap nu uit elkaar en maak de twee laatste eindjes aan elkaar. Je hebt nu een Ster van ijsstokjes.

    Vragen:

    1. Je hebt de gekleurde staafjes stede boven gehouden, waarom denk je dat dat is?
    2. Je ster heeft een aantal scharnierpunten, kan je tellen hoeveel?
    3. Wat denk je dat er gebeurt als je de scharnieren kleiner of groter maakt?

    Meer weten?

    Een ster maken van houtjes is heel leuk, maar weet jij waar een ster in de ruimte uit bestaat? Bij Wikikids hebben ze een heel leuk stukje geschreven over sterren en wat het eigenlijk zijn. Wil je niet lezen en verder knutselen? Dan kan ook! Bij onze vrienden van ESERO hebben ze een heel leuk pakker waarmee je de acht planten van ons zonnestelsel kan maken.