Categorie: Natuurkunde

  • Vrijwilliger gezocht

    Vrijwilliger gezocht

    — De vrijwilliger is gevonden | Tot op Into The Great Wide Open! —

    Proefjes met Boefjes zoekt een vrijwilliger voor ITGWO

    Ben jij goed met kinderen? Ben je beschikbaar van 30 augustus tot en met 4 september?

    Ben je niet bang voor modder, de zee of het bos? Ga dan met Proefjes met Boefjes naar Vlieland en help bij het WadLab tijdens Into The Great Wide Open.

    Wat kan een vrijwilliger verwachten?schelpen en zuur

    • Gratis toegang tot Into The Great Wide Open 2017
    • Overtocht naar Vlieland
    • Een plek op camping Stortemelk voor een tent
    • Crewcatering op werkdagen

    Wat wordt er verwacht van de vrijwilliger?

    • Beschikbaarheid van woensdag 30 augustus tot en met maandag 4 september 2017.
    • Actieve houding
    • Goed met kinderen
    • Work hard, play hard. De kinderactiviteiten beginnen vroeg, maar ´s avonds kan je wel dansen bij de bandjes.

    Ben jij de kindvriendelijke hulp die we zoeken? Stuur ons dan een berichtje met je motivatie en misschien sluit jij je zomervakantie dan af op Vlieland.

     

     

  • IJsjes voor de wetenschap

    IJsjes voor de wetenschap

    IJsjes eten en het wetenschap noemen, wie wil dat nu niet? In dit proefje leer ga je aan de slag met ijsjes voor de wetenschap. Dus, pak je sjaal en handschoenen want dit gaat koud worden!

    Nodig:ijsjes voor de wetenschap

    • 1 klein hersluitbaar diepvrieszakje (ongeveer 1 liter)
    • 1 groot diepvrieszakje (ongeveer 3 liter)
    • 100 ml melk
    • 100 ml slagroom (vloeibaar)
    • 20 druppels vanille essence of vanille extract
    • 50 gram suiker
    • 150 gram keukenzout
    • 300 gram ijsblokjes
    • 1 thermometer

    Stappen:

    Doe de suiker, melk, slagroom en vanille in het kleine diepvrieszakje. Zorg dat de sluiting goed dichtzit. Je hoeft de lucht er niet uit te duwen, je hebt straks namelijk nog ruimte nodig in het zakje.

    Vul nu de grote diepvrieszak met ijsblokjes. Je kunt ijsblokjes gebruiken maar ook crushed ijs werkt prima als je ijsjes voor de wetenschap wil maken. Heb je geen ijsblokjes in de vriezer? Je kunt bij sommige supermarkten ook ijsblokjes kopen uit het vriesvak!

    Meet nu met de thermometer de temperatuur van het ijs in de zak. Doe nu 150 gram keukenzout bij het ijs in de grote zak. Doe het kleine diepvrieszakje in de grote zak en doe de grote nu ook dicht.

    Schud de zak rustig heen en weer. Dat gaat het makkelijkste door de grote zak aan de bovenkant te pakken en heen en weer te wiegen. Let wel op dat je handschoenen (nee echt) draagt of een doek gebruikt om de zak vast te houden. De zak wordt namelijk zo koud dat je er behoorlijk pijnlijke vingers van kan krijgen.

    Wieg de zak ongeveer 10 of 15 minuten heen en weer. Als je dit proefje samen doet, zorg dan dat je om de beurt de zak heen en weer wiegt, dan worden je armen niet zo moe. Het maken van ijsjes voor de wetenschap vraagt natuurlijk wel wat inzet.

    Zet na ongeveer 15 minuten de zak neer en maak hem open. Meet met de thermometer de temperatuur in de zak.

    Je kunt de kleine diepvrieszak nu uit de grote zak halen en open maken. Ga opzoek naar een bakje en een lepel en eet smakelijk!

    Vragen:

    1. Wat is de temperatuur van het ijs bij de eerste meting?
    2. Wat is de temperatuur van het ijs bij de tweede meting?
    3. Hoe komt dat verschil?

    Meer weten?

    IJs heeft energie nodig om te smelten. Als je ijs smelt haalt het die energie uit de omgeving. In het proefje hierboven haalt het de energie uit de ingrediënten in het kleine diepvrieszakje. Doordat er zout bij de ijsblokjes zit, wordt het vriespunt van het ijs lager. Het ijs heeft dan dus nog meer energie nodig om te smelten. Dit makt het ijs dus nog kouder dan dat het eerst was. Dat is waarom je ook ijs krijgt in het kleine zakje.

    Je kunt het proefje nog een keer doen met ander zout. Probeer het eens met grotere zoutkristallen. Grotere kristallen lossen namelijk langzamer op in het water en hierdoor kan je langer en gelijkmatiger koelen.

    Bij Willem Wever hebben ze wel eens gekeken hoe water eigenlijk bevriest. Je kunt hier lezen hoe dat kan. Wil je na het maken van ijsjes voor de wetenschap nog meer lekkere proefjes doen? Misschien is het dan een idee om zelf suikerkristallen te maken.

  • Lanceerplatform maken

    Lanceerplatform maken

    Zelf raketten maken en afschieten is een van de leukste dingen om te doen. Je kunt zelf een lanceerplatform maken om ze af te schieten. Met een lanceerplatform worden de raketten veiliger afgeschoten en komen ze ook nog eens hoger. In dit proefje leer je zelf een lanceerplatform maken.

    Nodig:lanceerplatform maken

    • 4 hoekijzers van 12 cm + schroeven
    • 1 koppelplaat van 10 cm
    • 1 stuk staaldraad van 18 cm
    • 2 tentharingen
    • 2 slotbouten van 10 cm met 6 moeren
    • 1 oogbout met 2 moeren
    • 8 ringen voor de slotbouten en oogbout
    • 1 plaat hout van 30 x 40 cm
    • 3 meter touw
    • 1 fietspomp
    • 1 kunststofkurk (moet in je raket passen)
    • 1 fietsband ventiel
    • 1 plastic fles voor je raket
    • 1 boormachine + boortjes
    • 1 schroevendraaier
    • 1 steeksleutel voor de moeren
    • 1 bankschroef
    • 1 haakse hoek
    • 1 rolmaat of duimstok
    • 1 potlood

    Stappen:

    Het lijkt misschien een lange lijst, maar als je eenmaal bezig bent zal je zien dat het wel meevalt. Omdat je met een boormachine aan de slag gaat is het wel handig om dit samen met een volwassene te doen. Kijk ook hier voor tips over het maken van een raket.

    Probeer eerst of de kurk goed in de fles past. Als je een kurk hebt die goed past, boor je een gat door het midden van de kurk van boven naar beneden. Het ventiel moet er met wat kracht doorheen geduwd worden, dus maak het gat niet te groot. In sommige gevallen moet je nog een stuk van de kurk afsnijden om het ventiel goed door de kurk te krijgen. In principe is een kurk met een hoogte van ongeveer 1,5 cm goed.

    Boor nu met een metaalboortje een gat in het midden van de koppelplaat. Omdat hij echt goed in het midden moet zitten is het verstandig om dit niet 1, maar 2 keer te meten. Omdat je metaal boort is het verstandig om een veiligheidsbril op te doen. Maak het gaatje groot genoeg het fietsventiel. Meestal is dit een boortje 10.

    Controleer ook meteen of de gaten aan de korte zijde van de koppelplaat groot genoeg zijn voor de slotbouten. Als dit niet het geval is, kan je ze nu iets groter maken.

    Als je klaar bent met boren, leg je de koppelplaat in het midden van de houten plaat. Meet het midden goed uit. Hierna teken je de twee gaten aan de zijkant af. Met een houtboortje maak je nu twee gaten waar de slotbouten doorheen kunnen.

    Duw nu het fietsventiel door het middelste gat van de koppelplaat. Je kunt de borgring er weer opschroeven om te zorgen dat hij goed blijft zitten. Let op: De kant met de kurk is de bovenkant.

    Steek nu de slotbouten vanaf de onderkant van de plaat door het hout. Doe er aan de bovenkant een ring op en een moer. Draai de moer zo strak aan dat de slotbout zich in het hout trekt.

    Doe een tweede moer op elke slotbout en draai deze tot ongeveer de helft van de bout. Doe vervolgens een ring op beide moeren en plaats de koppelplaat hierop met de kurk naar boven. Zet nu de plastic fles goed op de kurk. Je hebt de fles nodig om de volgende stap te kunnen meten.

    Buig het stuk staaldraad in een u-vorm. Zorg dat de u precies om de hals van je raket heen kan maar er strak genoeg opzit dat de brede lip op de hals hem op zijn plek houden.

    Zet hierna twee hoekijzers aan een kant van de koppelplaat. Doe dit op zo’n manier dat ze op boekensteunen lijken. Schuif nu de staaldraad door de bovenste gaten van de hoekijzers. Schuif de hoekijzers hierna naar de koppelplaat en zorg dat de twee uitstekende stukken van het staaldraad over de hals van de fles gaan, direct boven de brede lip op de hals van je fles. Als de fles te hoog of te laag zit, kan je dit met de moeren op de stopbouten aanpassen. Het is belangrijk dat het staaldraad goed over de hals van de fles gaat, omdat dit de borgpin is die je raket straks op z´n plek houdt.

    lanceerplatform maken 2Zet nu de andere twee hoekijzers aan de andere kant van de koppelplaat. Schuif ze zo dat de twee uitstekende delen precies door het bovenste gaatje gaan. De 4 hoekijzers staan nu tegenover elkaar. Teken nu de gaatjes van de hoekijzers af en schroef ze stevig vast. Je kunt de gaatjes eventueel een stukje voorboren met een houtboortje.

    Meet nu aan een van de zijkanten het midden uit. Plaats hier, aan de rand de oogbout. Je boort hiervoor een gat en zet de oogbout vast met ringen en moeren aan de boven en onderkant.

    Steek nu het touw door het oog van de oogbout en maak het vast aan het staaldraad. Zorg voor een knoop die niet kan losschieten. Je lanceerkoord zit nu op z’n plek.

    Maak nu de fietspomp vast aan het ventiel en pomp een paar keer om lucht in de fles te krijgen. Als je de lucht er uit hoort lopen, zit de stop te los. Je kunt de koppelplaat dan nog een keer omhoog draaien door de moeren iets op te schroeven. Als hij goed zit, doe je op elke slotbout nog een ring en een moer en zet je de koppelplaat vast.

    Boor tot slot aan een zijkant twee gaten. Dit moet op de zijkant tegenover de oogbout. Deze twee gaten moeten groot genoeg zijn zodat er een tentharing door kan. Als je het lanceerplatform straks op een grasveld zet, zorgen de tentharingen dat het lanceerplatform op z’n plaats blijft als je aan het lanceerkoord trekt.

    Lanceren
    Als je op zoek gaat naar een lanceerplek voor je raket moet je rekening houden met een aantal dingen. Zorg dat je een veldje hebt van ongeveer 30 bij 30 meter. Zet het lanceerplatform in het midden en veranker hem met de haringen. Mocht het waaien, zet het lanceerplatform dan aan de kant van het veld waar de wind vandaan komt. In dat geval land de raket nog wel op het veld.

    Zorg dat je raket is gevuld met water. Je kunt eventueel extra raketten of water meenemen om te testen wat voor jouw raket een goede verhouding water/lucht is. Zorg dat alleen de mensen die gaan lanceren bij het lanceerplatform staan. Eventueel kan je een lijn trekken en de andere vragen erachter te blijven. Zorg ook dat de verwachte landingsplaats vrij is.

    Het leukste is om met z’n tweeën te lanceren. Eentje pompt de lucht in de raket, de ander trekt aan het touw. Zorg dat de druk niet hoger wordt dan 3,5 bar. Als die druk is bereikt neemt iedereen afstand van het lanceerplatform en tel je af. Bij 0 trek je aan het lanceerkoord en gaat de raket de lucht in.

    Degene die de raket heeft gelanceerd kan hem ook weer ophalen.

    Vragen:

    1. Hoe hoog kwam je raket?
    2. Hoeveel meter van het lanceerplatform is je raket geland?
    3. Wat is voor jouw raket de beste verhouding water en lucht?
    4. Is het gelukt? Tag ons in een foto van je lancering op Instagram of Twitter!

    Meer weten?

    De luchtdruk in de fles is niet anders dan die in een ballon. Als je aan het lanceerkoord trekt ontsnapt de lucht uit de fles en stuwt hij de fles omhoog. Als je het heel netjes wil uitleggen kan je de derde wet van Newton gebruiken. De kracht naar beneden van de lucht, zorgt voor een tegengestelde kracht omhoog van de fles. Wie die Isaac Newton dan was? Kijk op SchoolTV voor een filmpje.
    Zelf een lanceerplatform maken is leuk. Maar experimenteer vooral met verschillende maten flessen en verhoudingen van lucht en water!

  • Energie uitwisselen

    Energie uitwisselen

    Als je een bal op de grond laat vallen, stuitert hij meestal even omhoog. De ene bal stuitert hoger dan de andere. Hoe komt dat? In dit proefje gaan we uitzoeken hoe ballen energie uitwisselen.

    Nodig:

    • basketbal of voetbal
    • tennisbal

    Stappen:

    Dit proefje begint met een stukje theorie over energie uitwisselen. Dat klinkt soms best even moeilijk, maar het wordt snel duidelijk als je het gaat doen.

    Je gaat in dit proefje aan de slag met een paar verschillende soorten energie. In de eerste plaats kijk je naar het verschil tussen kinetische energie en potentiële energie. Maar je kijkt ook naar snelheid en massa.

    Begin met de basketbal of voetbal. Hou deze met twee armen gestrekt voor je. Het is handig om dat voor een muur te doen, zodat je straks precies kan meten waar de bal naar terug stuitert. Laat de bal los en kijk goed to waar hij weer omhoog stuitert.

    Voer hetzelfde experiment ook uit met de tennisbal. Hou deze met twee armen gestrekt voor je en laat hem los. Let ook hier goed op tot welke hoogte de bal stuitert. Let wel op dat je niet gooit. Als je de bal gooit, krijgt hij namelijk al snelheid mee. Je moet hem echt laten vallen.

    Je gaat het proefje nu iets aanpassen. Leg de tennisbal op de basketbal (of voetbal) en hou ze samen vast. Laat ze dan ook samen vallen. Let goed op het resultaat van de twee ballen.

    Vragen:

    1. Hoe hoog stuiterde de basketbal/voetbal de eerste keer?
    2. Hoe hoog stuiterde de tennisbal de eerste keer?
    3. Hoe hoog stuiterde de basketbal/voetbal de tweede keer?
    4. Hoe hoog stuiterde de tennisbal de tweede keer?
    5. Hoe denk je dat dat verschil komt?

    Meet weten:

    Het is je waarschijnlijk opgevallen dat de tweede keer de tennisbal veel hoger stuiterde en de basketbal of voetbal minder hoog. Dat komt omdat de twee ballen energie uitwisselen op het moment dat ze de grond raken en weer omhoog stuiten. De basketbal verloor energie, terwijl de tennisbal er juist energie bijkreeg. Met meer energie kan de tennisbal hoger stuiteren.  Je kan het nog een keer proberen door de tennisbal onder te doen en de basketbal boven. Wat is dan de uitkomst?

    Dat uitwisselen van energie is ook wat je ziet bij dominosteentjes het ene steentje geeft de energie door aan de volgende. Je kan het natuurlijk ook nog met andere dingen doen zoals hier in dit filmpje van HeyHeyHey.

    Wil je blijven stuiteren? Kijk dan ook eens naar dit proefjes om  een stuiterbal te maken.

  • FORTE 2017

    FORTE 2017

    Fort Honswijk
    De gemeente Houten heeft het bijzondere torenfort Honswijk in Schalkwijk aangekocht. Een geweldige, spannende en ruige locatie, waar de tijd heeft stil gestaan. Fort Honswijk was eerder niet toegankelijk voor publiek. Op zaterdag 1 juli opent fort Honswijk voor het eerst de deuren voor het publiek met het nieuwe festival: FORTE 2017. Er is gekozen voor de naam FORTE omdat het een muziekterm is wat staat voor krachtig, stoer en luid. Precies wat bij het fort past.

    Theater en kunst
    Een greep uit het theater- en kunstprogramma. Denk aan de Zomaargasten en Theatergroep Club Gewalt. Een aantal kunstenaars hebben, met het fort als basis, een kunstwerk ontwikkeld of exposeren een bestaand werk. Kunstcollectief LSDIA verlicht het fort met allerlei verschillende oude technieken en Bouke Groen maakt een fantastische geluidsinstallatie! Leuk natuurlijk, kunst kijken, maar misschien wil je er wel net iets meer over weten? Kinderen leiden bezoekers rond die mee op ontdekkingstocht willen. Voor de kleintjes is er natuurlijk ook van alles te beleven, zo kunnen ze leren hoe de waterlinie werkt met Proefjes met Boefjes, zelf limonade maken en nog veel meer leuke activiteiten!

    Programma
    Bij zo’n bijzondere locatie, horen natuurlijk ook bijzondere bands! Met Moss, Sue the Night, Lucky Fonz III, Beaux en Kuenta i Tambu staat de muzikale line-up als een huis. Moss is volgens 3voor12 “gewoon de beste Indieband van Nederland”. Het nieuwe album ‘Strike’ krijgt alleen maar lovende recensies en hun clubtour was stijf uitverkocht. Op Fort Honswijk is het makkelijk wegdromen. En wie past daar beter bij dan de meest romantische troubadour van Nederland: Lucky Fonz III. Hij bezingt de wereld op zijn eigen manier en dit leidt tot de mooiste liedjes.

    Sue the Night, op dit moment DWDD-huisband, heeft eveneens net een nieuw album uit: ‘Wanderland’. Ook deze krijgt steevast goede recensies. Kuenta i Tambu zet je weer met beide voeten op de dansvloer. Met hun keiharde tropische beats en sexy stagework, zetten zij het fort op z’n kop.

  • RAC3

    RAC3

    Hoe stuurt een zelfrijdende auto? Daarvoor kijk je naar de software van de EV3 RAC3, de zelfsturende auto van LEGO Mindstorms. De wagen en het programma zijn van Laurens Valk van robotsquare.com. Het is echt een lekker snel project dat je met gemak in een uurtje in elkaar kan zetten.

    Nodig:

    Stappen:

    Dit is een bouwwerk van LEGO Mindstorms voor als je eigenlijk geen tijd hebt, maar toch echt even iets wil maken. De handleiding is echt heel simpel en de stappen zijn logisch, snel en overzichtelijk. De EV3 RAC3 kan je in minder dan een uur maken en door de kamer laten rijden.

    Het probleem van de EV3 RAC3 komt pas als hij klaar is. Je kan hem namelijk zelf laten sturen en door de kamer laten rijden, maar je kan hem ook met de afstandsbediening besturen. Vlot bouwen dus, maar daarna heb je er wel uren plezier van.

    Het programma zelf kan je downloaden, maar kijk er ook eens goed naar op de computer. Het is lekker overzichtelijk opgezet en makkelijk te volgen. De EV3 RAC3 is de perfecte robot om ook je eigen programmeerkennis verder op te oefenen. Je kan ik het programma goed zien wat de sensor voorop meldt en welke actie de auto vervolgens neemt om botsingen te voorkomen

    Meer weten:

    De bedenker en maker van de EV3 RAC3 is Laurens Valk. Voor andere ideeën kan je terecht op zijn website, of in het geweldige EV3 ontdekkingsboek. Hoewel het boek en de website in het Engels zijn, kan je er ook terecht voor filmpjes, voorbeelden en handleidingen. Die laatste bestaan vooral uit plaatjes, dus dan maakt de taal niet uit.

    Er staan meer EV3-robots op de site. Ben je benieuwd naar andere robots? Klik dan hier.

  • DINOR3X

    DINOR3X

    Lopende robots zijn moeilijk om te maken. Lasse Stenbæk Lauesen heeft hard gewerkt aan een ontwerp dat dat kan. De DINOR3X is een LEGO Mindstormsrobot die loopt, kijkt en brult. Het is een feest om hem te bouwen.

    Nodig:DINOR3X

    Stappen:

    We hebben eerder een robot gemaakt die kan rijden met wielen of rupsbanden. We hebben ook een robot gemaakt die stilstond, maar met z’n armen kon bewegen. Wat we nog niet hadden gemaakt was een robot die kan lopen.  Toch heeft Lasse Stenbæk Lauesen er eentje gemaakt.

    De DINOR3X kan lopen doordat er twee motoren bij zijn achterpoten zitten. De andere motor bedient zijn bek. Omdat er voorop ook gebruik wordt gemaakt van de IR-sensor, loopt de DINOR3X niet meteen overal tegenaan. Sterker nog, als je iets voor zijn sensor houdt, dan zal hij er eerst tegen brullen.

    Al met al een ontzettend leuke robot om te bouwen. Na een eerste testloopje kan het zijn dat zijn poten wat los zitten. Let daar op. Het was het enige probleem dat wij konden ontdekken.

    Meer weten?

    In de Verenigde Staten wordt hard gewerkt aan een lopende robot. Het bedrijf Boston Dynamics heeft verschillende filmpjes op youtube van robots die ze maken met poten. Maar er zijn ook heel veel filmpjes waarin het lopen niet goed gaat.

    Naast de DINOR3X bouwt Proefjes met Boefjes vaker aan robots. Een overzicht van de LEGO Mindstorms projecten vind je hier.

  • Zelf een vlieger maken

    Zelf een vlieger maken

    Nederland is een fantastisch land om in te vliegeren. Er is bijna altijd wind en er zijn genoeg veldjes te vinden om een vlieger op te laten. Maar wat als je geen vlieger hebt? In dit proefje ga je zelf een vlieger maken.

    Nodig:zelf een vlieger maken

    • vliegertouw
    • stevige plasticzak van minimaal 50 cm breed en 100 cm hoog
    • ducttape
    • houten stok van ongeveer 5 mm dikte en 2 meter lang
    • liniaal
    • schaar
    • dikke stift
    • fijne zaag

    Stappen:

    Je gaat een vlieger maken in de meest herkenbare vliegervorm: de ruit. Voor deze vlieger maak je niet alleen het vlieger deel, maar ook de staart. De staart is makkelijk te maken en daarvoor gebruik je hetzelfde plastic als voor het vliegerzeil. Je kan nu beginnen met zelf een vlieger maken.

    Leg de plasticzak plat op de vloer met het gesloten deel naar boven. Daarna zet je een stip net onder de linkerbovenhoek (A) en een tweede stip 100 centimeter naar beneden (B). Meet daarna vanaf de bovenste stip nog 25 centimeter en ga 50 centimeter naar rechts. Zet daar weer een stip (C). Dan ziet het er zo uit.

     

    Pak de liniaal en verbind de stippen van A -> C -> B. Draai nu je plasticzak om en trek de lijntjes over. Als je ze niet goed kan zien, dan moet je de C-stip nog een keer zetten en meten vanaf A en B, die blijven hetzelfde. Let dan op dat je van rechts naar links werkt.

    Knip de zak daarna open aan de bovenkant en aan de kant zonder stippen. Als je het zeil nu uitvouwt heb je al de vorm van je vlieger. Die kan je uitknippen.

    Leg nu de houten stok op het zeil. De bovenkant van de stok moet precies aansluiten op het bovenste puntje van het zeil. Aan de onderkant steekt hij uit. Zet met je stift een streepje op de plek waar hij uitsteekt en zaag hem daar af.

    Pak nu de ducttape en gebruik een stuk van ongeveer 5 centimeter om de stok boven aan het plastic vast te maken. Plak hier een tweede stukje van 5 centimeter dwars op.

    Gebruik ook een stuk van 5 centimeter aan de onderkant.

    Leg de afgezaagde stok nu op het zeil en kijk of hij precies van de linkerhoek naar de rechterhoek gaat. Steek hij nog iets uit? Zaag dan een stukje bij. Zit hij goed? Plak hem dan ook vast met 5 centimeter ducttape.

    Als je niet goed weet of je vliegertouw sterk genoeg is kan je altijd kijken bij de mensen van Vlieger-gigant.nl. Je hebt vliegertouw nodig dat ongeveer 11 kilo moet kunnen hebben.

    Prik nu een klein gaatje in het zeil, precies op de plek waar de twee stokken elkaar kruisen. Doe daar een stukje van het touw door en maak het stevig vast aan de twee stokken. Je mag hem er best een paar keer omheen slaan.

    Het enige dat je nu nog moet maken is de staart. Die is trouwens wel heel belangrijk. Van de overgebleven zak knip je lange repen plastic van ongeveer 5 centimeter breed. In totaal heb je ongeveer 5 meter nodig. Plak de stukken als een lang lint aan elkaar.

    Maak de staart vervolgens met een simpele knoop vast aan het onderste deel van de verticale stok. Dat kan met een gewone knoop.

    Je hoeft nu alleen nog maar een goed plekje te zoeken om je vlieger op te laten.

    Vragen:

    1. Ging je vlieger de lucht in?
    2. Als je vlieger niet meteen vloog, wat heb je er daarna aan verbeterd?
    3. Als je vlierg wel vliegt, hoe hoog komt hij?
    4. Je vlieger heeft wind nodig, maar niet te veel. Waarom denk je dat dat is?

    Meer weten?

    Naast de ruitvormige vlieger heb je ook een Deltavlieger, in de vorm van een driehoek en de matrasvlieger, die is meer rechthoekig. Wil je na dit proefje vaker zelf een vlieger maken, dan is het leuk om ook naar andere ontwerpen te zoeken.

    Wil je nog andere vormen van vliegers zien? Ga dan in het najaar naar Scheveningen. Daar is elk jaar een Vlieger Festival met heel veel verschillende soorten en maten vliegers.

  • MindCub3r

    MindCub3r

    Heb je wel eens een Rubiks kubus opgelost? Een Rubiks kubus is een kubus met 54 gekleurde vakjes die je zo moet draaien zodat alle kanten eenzelfde kleur krijgen. De EV3 MindCub3r van David Gilday is de oplossing voor iedereen die de kubus niet opgelost krijgt.

    Nodig:ev3 mindcub3r

    Stappen:

    Er zijn maar weinig modellen in de LEGO Mindstorms wereld die bijna alle onderdelen uit de doos gebruiken. De EV3 MindCub3r is wel zo’n model. Maar liefst 115 stappen zijn er nodig om de volledige robot te bouwen. Let daarbij wel goed op, sommige stappen vragen wat inzicht. Voor het goed laten werken van het programma zijn er wat extra stappen nodig, kijk daarvoor op: mindcuber.com onder het kopje Software.

    Omdat het zo’n grote robot is is het ook een leuk project om met een groepje te bouwen. De robot bestaat uit drie losse delen die je later samenvoegt, dus ook daar kan je in losse teams mee aan de slag.

    Wat verder opvalt is dat het programma van de EV3 MindCub3r lekker duidelijk is. Je kan in de het programma op je computer (LEGO MINDSTORMS EV3 software) precies zien welke stappen de robot zet. Als je zelf wil programmeren is dit ook een prima robot om de verschillende stappen mee te onderzoeken.

    Meer weten:

    De EV3 MindCub3r vindt uiteindelijk wel de oplossing, maar hij is niet heel erg snel. De Nederlander Mats Valk kan als een van de snelste ter wereld een Rubiks kubus oplossen. In november 2016 deed hij er 4,74 seconden over. Je kan op zijn eigen youtube-kanaal een filpje zien hoe hij vorig jaar een nieuw wereldrecord haalde. Op het youtube-kanaal IAssemble van David Gilday staan nog meer robots die hij heeft gemaakt.

    Meer LEGO Mindstorms? Kijk hier voor andere robots en projecten.

  • Aardbevingsonderzoek

    Aardbevingsonderzoek

    Bij een aardbeving begint de grond te schudden. Maar wat gebeurt er eigenlijk bij een aardbeving? In dit proefje ga je zelf een aardbevingsonderzoek uitvoeren.

    Nodig:aardbevingsonderzoek

    • slinky of traploper (liefst eentje van metal)
    • grof schuurpapier

    Stappen:

    Zorg dat je op je werktafel wat ruimte hebt. Leg vervolgens je vel met schuurpapier op tafel met de ruwe kant naar boven. Zet dan de slinky met z’n onderkant midden op het vel papier.

    Pak het vel schuurpapier aan een kan beet en trek het een paar centimeter naar je toe. Beantwoord nu vraag 1 in je aardbevingsonderzoek.

    Schuif het vel schuurpapier nu weer terug naar het midden van de tafel en geef er weer een stevige ruk aan. Je kan het schuurpapier ook van links naar rechts bewegen. Blijf het papier heen en weer duwen tot de slinky omvalt.

    Vragen:

    1. Wat gebeurt er met de slinky als je aan het schuurpapier trekt? Waarom denk je dat hij niet omviel?
    2. Hoe denk je dat een hoog gebouw reageert bij een aardbeving?
    3. Wat is het grote verschil tussen de slinky en een hoog gebouw?

     

    Meer weten?

    Op het moment dat je het schuurpapier heen en weer beweegt, doe je een aardbeving na. De slinky laat dan precies zien wat er gebeurt als een gebouw schud. Bij een echte aardbeving vinden die schuddende bewegingen soms wel 100 keer per seconde plaats. Dat is zoveel kracht dat een gebouw kan instorten.

    Je kan op spreekbeurten.info meer lezen over aardbevingen. Ze hebben daar ook voorbeelden van aardbevingen over de hele wereld.

    Tegenwoordig kunnen ontwerpers en bouwers steeds beter hoge gebouwen maken die tegen een stootje kunnen. Als je zelf een keer een gebouw wil maken voor je aardbevingsonderzoek, ga dan naar GeoFort, daar kan je met de Earthquake Shake zelf een gebouw maken dat tegen een stootje kan.